Mijn horloge liep niet meer. Het batterijtje vervangen hielp niet. Meer kon de juwelier in de buurt niet doen; ik moest naar een echte horlogemaker. Het is een authentieke IWC, een oude, en dus zou alleen een ware vakman volstaan. Na wat gegoogle en enkele teleurstellingen kwam ik uit in het dorpje Asten, een halfuur bij Eindhoven vandaan. Het was heerlijk om ernaartoe te rijden: provinciale wegen langs weilanden en bossen in het zonnetje.

Harrie Derksen: meesterhorlogemaker; het certificaat hing aan de muur, tussen tientallen tikkende muurklokken. Wat een woord: meesterhorlogemaker. Een oudere man al, grijs en tenger. Zijn winkeltje schuine streep werkplaats was maar klein. Op zijn deur hing geen notificatie over corona, niets over afstand houden of niet naar binnen mogen met meer dan twee personen.

Hij nam het horloge aan met zijn blote hand. Hij sproeide er geen ontsmettingsmiddel op. In zijn handen liet hij het een paar keer rondgaan, met een geconcentreerde blik, alsof hij door het metaal heen naar het uurwerk kon kijken. Eventjes dacht ik werkelijk dat hij zonder het horloge open te maken zijn diagnose zou geven. Maar nee. Hij zou me bellen als hij wist wat het zou gaan kosten. Ik vroeg of hij ook het goud kon polijsten. Dat kon hij. Dat was geen probleem.

In zijn werkplaats ging hij voor zijn computer zitten. Wat was mijn naam, mijn adres, mijn telefoonnummer. Toen ik al die gegevens had verstrekt rolde hij met zijn stoel naar printer, die vervolgens mankementen vertoonde. Hij begon eraan te prutsen. 

‘Ik hoef geen bewijsje hoor,’ zei ik na een paar minuten. ‘Ik geloof het wel.’

Maar dat wilde hij niet. ‘Ik vind dat toch wel belangrijk,’ zei hij. ‘Als ik straks onder een bus kom dan weet niemand waar je horloge is.’

Die logica volgde ik niet helemaal, maar ik vond het prima. Het getik van de tientallen klokken maakte me een beetje duizelig, dat wel. Harrie zat het klaarblijkelijk niet dwars.

‘Zo,’ zei hij. ‘Het lukt al.’ De printer spuwde een bon uit en tegelijkertijd startte het overdonderende gedingdong van al die klokken. Er kon geen misverstand over bestaan dat het drie uur ’s middags was.   

Wat me bijbleef, toen ik over die vriendelijke weggetjes terug naar huis reed, was de nonchalance en vanzelfsprekendheid waarmee Harrie tussen als die tikkende klokken over zijn hypothetische ongeluk met de bus had gesproken.

Alsof zijn sterven een kwestie van tijd was.

 


Een gratis abonnement op deze stukjes neem je HIER.