Ik was bij iemand op bezoek (mondkapje voor, mijn hele lichaam gewikkeld in bubbeltjesplastic, een motorhelm op, blauwe ziekenhuisjasjes om mijn schoenen) die me vertelde over een ex-vriendje genaamd Jan, een Antilliaan. Dat we erover kwamen te spreken was omdat we het over voornamen hadden. Jan klinkt zo Hollands, maar er zijn dus ook Antillianen genaamd Jan.

Het was vanwege dit gesprek dat ik, in de auto terug naar Eindhoven, dacht aan alle banden die ik heb met Curaçao. Het is toeval, maar er zijn drie pijlen die wijzen van mij naar daar.

De eerste pijl is mijn vader. Zijn vader, mijn opa, werkte voor de Koninklijke Nederlandse Petroleum Maatschappij, die later Shell zou gaan heten. Als chemicus kreeg hij een baan bij de raffinaderij op Curaçao. Mijn vader bracht op het eiland zijn kindertijd door. Mijn opa en oma plaatsten hem expres niet op een witte school voor expats, maar op een reguliere school, waar hij zo’n beetje het enige witte kind was. Hij werd gepest, ze noemden hem macamba koeli berde, wat zoiets betekent als: kouwe blanke bleekscheet. Kregen ze hem kwaad genoeg, dan riep hij terug: negroe stinki. Het was echter geen verschrikkelijke kindertijd, geloof ik. Veel ruimte, veel zon.

De tweede pijl is mijn tante, de zus van mijn moeder. Zijn trouwde met een Antilliaan en verhuisde naar het eiland, waar ze nog steeds wonen, met heel veel honden. Drie kinderen kregen ze, twee zoons en een dochter. Het was niet vaak dat ze naar Nederland kwamen, en dat ik ze zag, maar als dat er van kwam dan was dat heel bijzonder. Ze waren mijn neven en nicht, maar ze hadden een ander kleurtje. Ik weet dat mijn tante vaak klaagde over het eiland, dat het haar te heet was, dat ze terug naar Nederland wilde, maar dat is nooit gebeurd.

De derde pijl is mijn oom. Of eigenlijk niet echt mijn oom, maar de schoonbroer van mijn overleden stiefvader. Getrouwd, dus, met de zus van mijn stiefvader. Hij opende op Curaçao een advocatenkantoor. Met zijn gezin verhuisde hij ernaartoe. Voor één dollar kocht hij een vervallen landgoed, een nationaal momument vlakbij de zoutpannen, en liet dat helemaal opknappen, om er vervolgens te gaan wonen. Het was een voormalig koloniaal landhuis met kleinere slavenhuisjes erbij. De locatie had te maken met zoutwinning.

Tijdens de restauratie van die gebouwen was ik er toevallig op vakantie. Dat had dan weer te maken met het feit dat mijn moeder (dus misschien een vierde pijl?) bij die oom en tante was ingetrokken als nanny, om voor hun vier kleine kinderen te zorgen. Ik was een jaar of zestien toen ik daar meehielp met slopen en schilderen, waarmee ik een duikcursus verdiende. Zo rond het middaguur gingen al die werklui in de schaduw liggen slapen, met een pet over hun ogen. Ik probeerde dat ook, maar mij lukte het niet. Te onrustig, te Noord-Europees.

Daarnet, tijdens het schrijven van dit stukje, dus echt zojuist, belde mijn vader me. Even ervoor had ik hem een berichtje gestuurd: ‘Hoe noemden ze jou op de lagere school ook alweer, en hoe noemde jij hen?’ Hij stuurde me het antwoord. Maar toen, dus nu net, belde hij om te zeggen dat ik er geen ‘raar stukje’ van moet maken, dat hij nog maar een kind was toen hij dat racistische scheldwoord gebruikte. Ik zei hem dat mijn lezers dat heus begrijpen. (Toch?)

Maar goed, daar dacht ik dus over na, in de auto onderweg naar huis. Ik ben er zelf drie keer geweest, op Curaçao. Omdat mijn moeder er was. Ga ik er ooit nog naartoe terug? Ik denk het niet. Ik vond het een leuke, maar ook enigszins ongemakkelijke plek.

Mijn mooiste herinnering aan Curaçao is de volgende. Mijn oom en tante (van de kant van mijn stiefvader) hadden een groot zwembad. Bijna dagelijks trof ik daarin zeker één of twee kleine groene leguanen aan. Jonkies nog. Waarschijnlijk wilden ze drinken en vielen ze erin. Wat me voor altijd bijblijft is hoe ze niet wild zwommen, niet spartelden, maar stil op de bodem zaten. Waarschijnlijk onderkoeld, maar wel nog in leven. Ik dook ernaartoe, pakte ze in mijn handen, zwom naar boven en hield ze in de zon tot ze waren opgewarmd en weer in beweging kwamen.

 


Denk je nu: ik zou deze stukjes wel automatisch in mijn mailbox willen ontvangen? Aarzel dan niet en klik HIER