‘Ik ben op zoek naar de opening van de mini-bieb,’ vroeg ik aan de vrouw achter het informatieloket op Eindhoven CS. Ik was jarig, negendertig geworden, en droeg het mooie jasje dat ik mezelf cadeau had gedaan (Van Gils, 50% korting bij de Bijenkorf). De vrouw zei: ‘Ik heb een pasje, ik doe de deur even voor je open.’

Het verbaasde me dat het feestelijke gebeuren plaatsvond achter gesloten deuren. Ik wist eerlijk gezegd niet precies wat de bedoeling was; ik had de mails niet goed gelezen; ik wist alleen dat ik een stukje moest voordragen dat zich afspeelde in de trein. Ik verdiende er niet veel mee, maar ik dacht: het is vlakbij en ik moet toch m’n pa ophalen, want die kwam uit Rotterdam om een lunch voor me te betalen.

Na het bestijgen van twee trappen stond ik in de personeelskantine. Conducteurs en mensen in kantoorkleding zaten aan een tafeltje koffie te drinken of boterhammen te eten. Een man stelde zich aan me voor, een gezellig-autoritaire chef van middelbare leeftijd genaamd Max. Daarna werd ik voorgesteld aan Loes, een gezellig-gezellige meid van mijn leeftijd, gekleed in conducteurskledij. Ze had thuis al m’n boeken en had me vroeger zelfs nog met mijn punkbandje zien optreden. De mini-bieb was het idee van Loes.

Max liet me hem zien, de mini-bieb. Het hing achter een muur, naast een gangetje, in een soort nis waarin ook de printers stonden. Een houten kastje, tegen de muur gespijkerd, met aan weerszijden een treindeur gemaakt van karton of spaanplaat. Twee planken, voornamelijk thrillers, maar ook een paar fantasyboeken en de biografie van Steve Jobs. ‘Hij hangt niet echt in het zicht hè?’ zei ik, waarop Max antwoordde: ‘Nee, maar iedereen loopt hierlangs.’

Voor de gelegenheid hadden ze boekenleggers laten printen met daarop de tekst: ‘Lezen doen wij samen.’ Ik kreeg er eentje aangereikt en zei: ‘Een boekenlegger, daar zoek ik al tijden naar! Het is onmogelijk om een goede boekenlegger te vinden, ik heb echt overal gekeken.’ De vrouw die me het kartonnetje had gegeven knikte instemmend: ‘Het was nog een heel gedoe om te maken.’

Toen het officiële gedeelte. Met een man of vijftien stonden we in het gangetje terwijl Max een lange, met lollige grapjes doorspekte toespraak hield. Loes kreeg bloemen en een speldje. Vervolgens vertelde Loes over de totstandkoming van de mini-bieb en gaf zij, op haar beurt, een cadeau aan Max, en wel een boek van Baantjer waarin één van de personages de voor- en achternaam van Max had gekregen. Je kunt dat laten maken, tegenwoordig.

Toen mijn beurt. Ik plaatste een exemplaar van mijn debuut in de mini-bieb en droeg een stukje voor, waarna ik aankondigde dat ook ik in mijn volgende boek het hoofdpersonage de voor- en achternaam van Max zou geven.

Daarna was het tijd voor taart, maar ik moest gaan; mijn vader kon ieder moment arriveren. Toen ik de trappen afliep had ik spijt van al mijn grappen en proefde ik het zure cynisme nog op mijn tong.

Loes, als je dit leest: het is écht een leuk idee, zo’n mini-bieb.


Zie HIER meer info mbt het één en ander.