Gisteren, in het extra stukje dat ik alleen naar de betalende abonnees stuur, schreef ik over de moeite die ik de laatste jaren heb met schrijven. In ieder geval met het schrijven van iets langs, over de weerstand die ik voel en die me soms onpasselijk maakt. Ik vertelde over het enthousiasme dat ik voelde toen ik mijn eerste twee of drie romans schreef, de zin die ik had om eraan te beginnen en om eraan te werken. Jeugdig enthousiasme, bijna kinderlijk.

Gisterenmiddag fietste ik langs Multicopy, een kopieerzaak in Eindhoven, en dacht daardoor weer aan dat stukje dat ik had geschreven. Het was een mooi toeval, want het was bij die Multicopy dat ik op mijn tweeëntwintigste een stuk of tien exemplaren van In the Bathtub with Bukowski stond uit te printen.

Ik had het schrijven toen net ontdekt. En eigenlijk ook lezen pas net; gedurende mijn adolescentie dacht ik niet dat boeken ook voor mij bestonden. Na die ontdekking verslond ik de boeken van Charles Bukowski; hij was mijn eerste literaire held. Zelf sloeg ik ook aan het schrijven. In het Engels; dat voelde veiliger. Ik schreef over drank en eenzaamheid en vrouwen en vechten. Lekker misantropisch, net als Bukowski. En net als Bukowski schreef ik prozagedichten.

Ik schreef en schreef. Het was een soort honger, een behoefte die qua kracht vergelijkbaar was met de behoefte aan masturbatie in de puberteit.

Toen ik een bups van die gedichten had geschreven ontwierp ik een omslag en fietste ik met mijn floppydisk naar de Multicopy. Daar liet ik er gele, A4-formaat boeken met ringband van maken. Het was zo spannend; in mijn buik kolkte het. Het was lente, ik was ergens naartoe onderweg, er stond iets groots te gebeuren.

Wat ik met die boeken ging doen wist ik niet. Het deed er op dat moment niet toe. Ik heb er hier nog een paar hier liggen, vermoed ik. Ik weet nog dat ik een tijdje het voornemen had om ze verspreiden in treinen en café’s, maar dat ik al snel besefte dat ik voor zoveel exemplaren het geld niet had. Ook heeft mijn moeder er misschien eentje, en een vriend van me.

De gele kleur van die boeken; het doet me zo denken aan die lente, aan dat gevoel van toen, aan de belofte. Op de fiets naar huis, gisteren, kwam ik ook nog langs een sticker op een lantaarnpaal met daarop afgebeeld een lichtpeertje en de letters LM. Ik had die daar niet geplakt, maar even voelde het alsof dat wél zo was. Het deed me denken aan mijn puberteit en de vriendengroep die ik had. We noemden onszelf Lichtstad Maffia. Lichtstad stond natuurlijk voor Eindhoven. En Maffia… Nou ja… Als ik je dat vertel dan zal ik je moeten vermoorden.


Klik hier voor een abonnement (betaald of onbetaald) op deze stukjes. Mijn meest recente boek heet Berichten uit het tussenhuisje.