Sinds een week of twee lees ik een boek over de octopus. Ook toen er een klein beetje ophef was vanwege een lezing die ik gaf voor klassen van een middelbare school in Katwijk – en vooral vanwege de brief die de school vervolgens naar de ouders stuurde, waarin ze hun excuses aanboden voor mijn bezoek – las ik over de octopus. Ik heb gemerkt dat als je te midden van dergelijke commotie aan de octopus denkt, je een stuk beter gedijt.

De octopus stelt me gerust, al weet ik niet precies waarom.

Als ik mijn hagedis Oscar in zijn ogen staar heb ik het idee dat ik terug in de tijd kijk. Alsof ik een dinosaurus aankijk. We lijken zo verschillend, hij en ik, en toch lijkt zijn brein véél meer op het mijne dan het brein van een octopus. Waar de gemeenschappelijk voorouder van dino’s en mensen slechts 300 miljoen jaar geleden leefde, leefde de gemeenschappelijke voorouder van de mens en de octopus zo’n 600 miljoen jaar geleden: een rudimentair, wormachtig zwembeest zonder ogen (hooguit lichtsensoren). Op dat moment scheidden zich onze evolutionaire wegen. De octopus ontwikkelde een compleet eigen brein, eigen intelligentie, eigen bewustzijn.

Leuk weetje: een octopus heeft drie harten en zijn brein bevindt zich evengoed in zijn armen als in zijn kop. Zijn armen kunnen autonome beslissingen nemen. Hij heeft geen botten, ook geen kraakbeen, en hij is dus vormloos; hij heeft de vorm die hij besluit aan te nemen. Hij kan van kleur veranderen, inktwolken maken en zich razendsnel voortbewegen doormiddel van straalaandrijving, zoals een jetski.

Octopussen in laboratoria weten dat ze in een bak zitten, dat de mensen zich búíten de bak bevinden. Er zijn anekdotes van wetenschappers waarin een octopus een straal water op hen schiet zodra ze even niet opletten, van octopussen die ’s nachts uit hun bak kruipen om in een aquarium ernaast vis te eten én dan weer terug te kruipen. Op Youtube staat een filmpje van een octopus die zich zonder verzet laat opsluiten in een pot met draaideksel, om vervolgens van binnenuit die deksel open te draaien.

Peter Godfrey-Smith, de schrijver van Other Minds, het boek dat ik lees, concludeert dat je als mens niet dichter bij de ervaring van contact met een buitenaards wezen kunt komen dan wanneer je met een octopus te maken hebt.

Uiteraard heb ik al uitgezocht of je een octopus in huis kunt hebben. (Sorry, Oscar.) Het kán, maar nu komt de teleurstelling: een octopus wordt maar één tot twee jaar oud. Toen ik dat las zonk mijn (enige) hart me in de schoenen. Na 600 miljoen jaar evolutie ben je een prachtig, slim, ondeugend wezen geworden, en dan heb je maar een jaar om daarvan te genieten? Dat is gewoon niet juist.

Nou ja, goed, wat ik alleen maar wil zeggen: als het je even te veel wordt, denk dan aan de octopus. Je zal merken dat het helpt.


Info over mijn boeken en een abonnement op deze stukjes vind je HIER.