In een aflevering van Tegenlicht was psychiater en filosoof Damiaan Denys aan het woord. Het onderwerp van de aflevering was eenzaamheid, met name in relatie tot Covid-19, maar ook tot social media en het moderne leven in het algemeen. Denys sprak daarbij over een inherente eenzaamheid die wij allemaal hebben, los van de omstandigheden. In feite is het een solipsistisch soort eenzaamheid: we zitten opgesloten in ons eigen bewustzijn, we kunnen nooit werkelijk bij de ander binnen kijken, voelen wat diegene voelt. Noch kunnen we de ander werkelijk bij ons binnen vragen, hem of haar uitnodigen om bij ons binnen te komen, écht bij ons binnen te komen, en te ervaren hoe het hier is.

In Antkind, de (tot dusver) enige roman van filmscenarist Charlie Kaufman, las ik een passage met ongeveer dezelfde strekking. Hierin wordt het fenomeen echter meer benaderd vanuit het perspectief van de natuurkunde, op moleculair niveau:

We can never truly touch another thing. Touch is what we feel when two things repel each other. We are all isolated, even from ourselves. Our own molecules don’t even touch each other. Since I can’t be touched, I can’t be hurt. True love is not denied only to me, but to everyone, to everything. I am not alone in being alone. This comforts me.

(Even tussendoor: vaak als ik een passage citeer dan is die passage Engelstalig, dat weet ik. Ook weet ik dat sommigen mijn stukjes met zulke citaten erin links laten liggen. Ik weet dat dit geldt voor mijn vader, en voor nog een abonnee, maar er zullen er vast meer zijn. Maar goed, mijn zoons kiezen ook wel eens een smaak Ben & Jerry’s ijs uit waarvan ik denk: eten jullie die maar op, ik laat deze aan me voorbijgaan.)

Enfin, je zult dus om minstens twee redenen altijd enige mate van eenzaamheid ervaren: het solipsistische argument van Denys en het natuurkundige (tevens natuurlijk symbolische) argument in de roman van Kaufman.

Het zien van de aflevering van Tegenlicht en het lezen van de passage uit Antkind deed ik op één en dezelfde dag. Ik bevond me in de slaapkamer van mijn oudste zoon, waar ik, in verband met de verbouwing, vaak bivakkeer. Eenzaamheid hier, eenzaamheid daar. Ik appte met een vriendin. Het ging goed met haar, schreef ze. ‘Al ben ik wel eenzaam tot op het bot, maar wie niet?’ Het was een dag, kortom, waarop alles zich aan het thema leek te conformeren.

Maar.

Ik keek nóg een aflevering van Tegenlicht, over technologische vooruitgang als religie, ook wel dataïsme genoemd, wat ik een prachtige term vind. Denk aan artificiële intelligentie en singulariteit, een principe dat stelt dat artificiële intelligentie onherroepelijk bewustzijn zal ontwikkelen en ons voorbij zal streven, tenzij we onszelf uploaden in de cloud en zodoende geavanceerde versies van onszelf worden. Ik kan je zeggen: in eerste instantie maakte deze aflevering het gevoel van eenzaamheid er bepaald niet kleiner op. Maar er is, zoals je hebt kunnen zien na de voorgaande alinea, een maar.

Aan het woord kwam de briljante wetenschapper en denker Bernardo Kastrup, een Braziliaan werkzaam in Veldhoven, hier vlakbij. Hij is een vooraanstaande informaticus. Voor hem is het idee van technologie die bewustzijn voortbrengt een onmogelijkheid. Het stamt voort uit het idee, zegt hij, dat bewustzijn in ons brein wordt gecreëerd of opgewekt; het brein als computer van vlees en bloed. Kastrup claimt het omgekeerde: bewustzijn brengt materie voort, brengt de wereld voort. Dit idee kende ik al uit het boeddhisme—de wereld als projectie en pas dán als waarneming—maar Kastrup weet het wetenschappelijk te onderbouwen. De laatste inzichten in de aard van de werkelijkheid, zoals ondervonden in de kwantumfysica, wijzen in deze richting. Daarnaast is de neurowetenschap steeds meer geneigd te erkennen dat het bewustzijn niet door de hersenen wordt gegenereerd. Als een brein geen bewustzijn kan ‘maken’, hoe kan een computer het dan?

De gehele kosmos als onlosmakelijk onderdeel van het bewustzijn, een idee dat tot dusver was voorbehouden aan spirituele types, maar nu dus ook door wetenschappers wordt beweerd. In de Zen-traditie, waar ik nu toevallig weer over lees, is er geen verschil tussen de waarnemer en het waargenomene; de twee creëren samen de werkelijkheid: de ervaring van het hier en nu zoals we die zien en voelen ontstaat alleen sámen en alleen tegelijkertijd.

Je ziet waar ik naartoe wil?

Als wij allemaal bestaan in elkaars bewustzijn, dan kunnen we elkaar wél aanraken. Dan kunnen we elkaar niet níét aanraken. Laat me, met die stelling gedachten, een stukje van dat eerdere citaat even aanpassen: True love is not granted only to me, but to everyone, to everything. I am not alone, I am not seperate. This comforts me.

Maar ach, misschien is het allebei waar: altijd eenzaam en nooit eenzaam. In de Zen-traditie is dat geen probleem; als iets géén paradox is, is het hooguit maar gedeeltelijk waar.

 


De afleveringen van Tegenlicht zijn terug te kijken op de website van de NPO. Ze heten Alleen verbonden en Technologie als religie. Je gratis abonneren op mijn stukjes doe je HIER