Vandaag fietste ik op mijn nieuwe fiets drieëntwintig kilometer in vijftig minuten tijd. Of nou ja, ik was om tien voor elf weer thuis, en volgens mij vertrok ik rond tienen. Mijn benen voelen papperig; ze hebben moeite met de trap naar boven; ik drink zometeen nog maar een proteïneshake. Onderweg, in de bossen rondom Geldrop, zag ik een vrouw lopen met een mondkapje op. Ze liep alleen en er was niemand in de buurt. Er was alleen maar frisse lucht, vers van de bomen. Haar argwaan omvatte het hele bos; geen blaadje was nog te vertrouwen. Zelf slokte ik zo veel van die lucht op als ik kon, vanwege de zuiverende werking in een troebele geest, maar ook in de hoop dat de extra zuurstof de steken in mijn zij zou verhelpen.

Naast het fietsen ben ik begonnen met koud douchen. Dat het zo’n beetje overal goed voor is, en alles kan genezen, geloof ik niet zo, maar de psychologie erachter spreekt me wel aan: de schrik negeren, kalm blijven, beseffen dat je er tegen kunt, langzaam het gevoel accepteren, het gevoel gaan zien als precies dat: slechts een gevoel, gevolgd door de trots dat het je lukte, en dan de verfrissing, de tinteling van je huid. Het behoort tot de categorie goed.

En dat kan ik altijd wel gebruiken, me goed voelen over mezelf, me sterk genoeg voelen om staande te blijven. Daarom zoek ik altijd naar nieuwe handvatten: een spijkermatje, een assortiment aan supplementen, een ayahuasca-ceremonie, nieuwe medicatie, etc. Daarom hou ik ook zo van deadliften, waarbij je een stang met gewichten van de vloer tilt, omdat ik dan heel even het gevoel heb dat ik het allemaal aan kan. 

Dat al die maniertjes in feite zijn als een wortel aan een touwtje voor de kop van een paard, dat weet ik heus wel, maar fietsen en koud douchen is—ook los van mijn zelfzwendel—nog altijd gezonder dan het níét doen. Want de categorie slecht, die ken ik ook. 

Ondertussen (cont’d) lees ik Every Love Story is a Ghost Story van D.T. Max. Het is de biografie van cult-auteur David Foster Wallace, het sneue genie bekend van zijn twaalfhonderd-plus pagina’s tellende monsterwerk Infinite Jest. De meeste mensen die dat boek in de kast hebben staan hebben het niet gelezen; er is haast niet doorheen te komen. Ik kwam tot pagina honderd, geloof ik. De biografie, echter, lees ik met plezier en gulzigheid. Het verrijkt mijn kijk op schrijverschap, op wat literatuur is of kan/ moet zijn. Daarnaast herken ik veel van zijn persoonlijkheidstrekjes: nooit eens het midden weten te vinden tussen zelfhaat en arrogantie, altijd te weinig geïnteresseerd in of geboeid door anderen zijn, nooit eens comfortabel, veel te kinderachtig en kleinzerig waar het kritiek betreft, altijd moeite met intimiteit, veel te veel geïnvesteerd in een carrière waarin een mens maar zelden succes heeft (nu nog minder dan in de jaren negentig en nul, het tijdperk van Wallace), waardoor frustratie en een gevoel van falen onvermijdelijk zijn, en dan ook nog eens continu met ál die dingen bezig zijn, obsessief en egocentrisch, wat de zelf-walging alleen maar verder opstuwt.

In een brief schrijft Wallace: ‘I go through a loop in which I notice all the ways that I am—for just an example—self-centered and careerist and not true to standards and values that transcend my own petty interests, and feel like I’m not one of the good ones; but then I countenance the fact that at least here I am worrying about it, noticing all the ways I fall short of integrity, and I imagine that maybe people without any integrity at all don’t notice or worry about it, so then I feel better about myself.

Het is geen vrolijk boek, en ook het feit dat ik er zo veel in herken stemt niet vrolijk. (Wallace pleegde zelfmoord op zijn zesenveertigste.) Of zóú niet vrolijk moeten stemmen, want ik lees het, gek genoeg, met veel plezier. Misschien omdat ik denk dat ik er in ieder geval minder erg aan toe te ben dan Wallace, of misschien omdat ik hoop dat ik de paden die hij bewandelde, en die in dit boek zo helder en goed beschreven zijn, nu makkelijker vermijden kan.

Ach, weet ik veel. Ik ben erdoor geboeid en steek er wat van op. Ik lees gewoon lekker een boek, zo kun je het ook zien. Het is gewoon iets wat een mens doet. Beetje fietsen, een keer koud douchen, een boek lezen. En dat dan gewoon goed is. 

PS Het walnotenboompje is verplaatst naar de tuin van mijn ex-vrouw, waar er meer ruimte voor is. De verhuizing heeft het boompje echter geen goed gedaan: we weten niet of hij of zij het zal overleven.

PPS Ernest Hemingway is gecanceld ligt momenteel bij de uitgeverij en wordt gelezen door de redacteur. Aan de volgende roman ben ik al voorzichtig begonnen, al ben ik voorlopig vooral aan het uitstellen. De werktitel is: De powerlifter.

 


Abonneer je HIER op deze stukjes (die normaal gesproken korter dan deze zijn).