Het is weer even geleden dat ik een stukje schreef. God weet hoe dat komt. En misschien Hij niet eens. Misschien zegt Hij nu: ‘En waarom zou ik dat moeten weten? Houd mij erbuiten zeg. Ik heb wel betere dingen te doen.’ Waarop ik Hem zou zou willen zeggen: ‘Inderdaad!’

Dat we geleidelijk de quarantaine uitkomen—of eigen best vlot ineens—vind ik maar eng. Misschien schrijf ik daarom nu wat minder stukjes. Ik bedoel niet eng in de zin van vrees voor een nieuwe piek in het aantal besmettingen, maar in de zin van vrees voor de verandering in het oude vertrouwde, dat nu weer als iets nieuws voelt, en dus niet meer het oude vertrouwde is, want het oude vertrouwde, dat is inmiddels de quarantaine geworden. (Die zin is lelijk.) Ik was er net aan gewend en nu moet er ineens weer van alles. Zit ik ineens in de trein met zo’n duf mondkapje op.

Lazen jullie toevallig het interview met een medisch ethicus in de Volkskrant van afgelopen zaterdag? Heel interessant. Het beeld dat bleef hangen was van verplegend personeel dat applaudisseerde voor genezen Covid-patiënten die het ziekenhuis verlieten. Hij haalde dat aan als voorbeeld. En al die andere mensen die genezen het ziekenhuis verlieten dan? vroeg hij zich af. Na kanker, na een herseninfarct? Het zegt iets over ons, denk ik. Over ons anno nu, met dit gedoe.

Daarnaast leek het me misschien niet gepast om een stukje te schrijven in de nasleep van de moord op George Floyd, tijdens de protesten. Althans een stukje dat daar níét over ging. Ik ben naar geen enkel protest geweest en schaam me daarvoor. Er was er zelfs eentje hier in Eindhoven. Daar kwam ik pas te laat achter. Ik had mijn zoons er mee naartoe willen nemen. Het zou een goede les voor hen zijn geweest: dat je je soms moet uitspreken. Wat ik dus niet gedaan heb, uitspreken, of misschien nu alsnog doe, bij dezen. Ik heb geen idee of dit volstaat, of überhaupt wanneer iets volstaat. Hier schrijven dat mijn sympathie bij de betogers ligt—wat ook zo is—voelt wat makkelijk.

De meesterhorlogemaker heeft me inmiddels iets laten weten. De reparatie van mijn IWC gaat driehonderdvijftig euro kosten. Ik ben ermee akkoord gegaan. Dat was een week geleden en ik vermoed dat er nog wel enige tijd zal passeren voor ik weer iets van hem hoor. Ik zie hem eindeloos pielen met die kleine radertjes, daar tussen al die tikkende wandklokken, op de hoogte van moord noch protest, de uren gelijk aan de minuten en de minuten gelijk aan de dagen.

Het walnotenboompje is verhuisd naar mijn ex. Het groeit. De kraai die de walnoot in mijn tuin wierp heb ik niet meer gezien. Ik vrees het moment waarop hij erachter komt dat ik de boom heb weggedaan. Dat hij ineens voor mijn raam zal zitten met zijn zwarte oogjes vol wraakzucht.

Gisteren verscheen mijn thrillernovelle Kwaad bloed. Vanaf vandaag ligt het in de boekenwinkels. Vanaf 1 juli is het ook beschikbaar als luisterboek op Storytel. Het is een misselijkmakend verhaal over links versus rechts, bevoorrecht versus boos, angstig versus arrogant. Voor de mensen uit Brabant die mijn boekgeschenk Van Gogh sneed hier nooit een oor af al lazen: jullie hoeven deze nieuwe uitgave niet meer te kopen, want het is hetzelfde boekje.   

Ik vermoed dat mijn volgende stukje weer even op zich zal laten wachten. Sommigen van jullie stuurden me een mailtje: Sta ik nog wel op de lijst? Geen zorgen, je staat nog op de lijst. Ik heb gewoon even niet zo’n zin. Het liefst zat ik nu mijn eigen horloge te repareren.

 


Héél leuk als je je op deze stukjes wilt abonneren. Het is gratis en kan hier