Hallo, ik ben het, de beste schrijver van Eindhoven. Ik dacht ik meld me even; ik check even bij jullie in. Of eigenlijk is het andersom: jullie checken bij mij in, en daarom meld ik me even. Wat ik bedoel is: gisteren, en toevallig ook vandaag weer, kreeg ik van abonnees een mailtje: of het wel goed met me gaat, omdat ik zo lang geen stukje heb gestuurd. Heel lief vind ik dat, terwijl de verzenders juist bang waren dat ik het misschien opdringerig vond. Dat is niet zo; hoe je het ook wendt of keert, dit is een relatie—zelfs met de kassière bij wie je afrekent heb je een korte relatie—en een relatie impliceert een zekere mate van inachtneming van de ander. Ik was het ook al een tijdje van plan, om jullie op de hoogte te brengen, maar het kwam er niet van (ik deed het niet, wat iets anders is).

Het gaat goed met me. Misschien schrijf ik daarom al een tijdje geen stukjes? Wie zal het zeggen. Wat ik wel weet is dat ik druk bezig ben geweest met de tweede versie van Ernest Hemingway is gecanceld. De suggesties van redacteur Caroline Mulder en collega Rob van Essen zijn heel waardevol gebleken, en ook ikzelf was in de tussentijd (tussen versie één en twee) alweer tot nieuwe inzichten gekomen. Ik heb nog nooit zo’n goed boek geschreven, maar ja, dat gevoel moet je natuurlijk bij ieder nieuw boek hebben. Wel wordt het vrij… Nou ja… Het zal misschien een beetje wringen waar het de moderne linkse dogma’s betreft. Daarmee loop ik dus ook zélf het risico om gecanceld te worden, maar dat zou het uitgangspunt van mijn roman eigenlijk alleen maar bevestigen, waardoor dat scenario bijna wénselijk is. (Toch bang!)

Wat kan ik nog meer vertellen? Ik krijg misschien een beugel; mijn gebit is te smal, wat de schuld is van de beugel die ik vróéger had. Die orthodontist is allang met pensioen; ik twijfel nog over wraak, en zo ja in welke vorm.

Verder heb ik yoga ontdekt. Ja, dat lees je goed: ik heb dat ontdekt, als eerste in Nederland. De eerste, ben ik. Ik denk dat het heel groot kan worden, en het zou me niets verbazen als het straks een trend is. Dat gaat wel vaker zo, als ik iets ontdek.

Oscar is vervroegd uit zijn winterslaap gekomen en eet veel sprinkhanen. Vinnie mis ik de laatste tijd vaker dan anders. Ik denk dat ik misschien het gevoel heb dat ik hem nu wél zou aankunnen, omdat het dus beter met me gaat; therapie gaat goed, medicatie is stabiel. Maar ik laat hem zitten waar hij is hoor; hij heeft een nieuw baasje nu; het is goed zo. En bovendien—toch nog even een anekdote—sprak ik gisteren een man wiens vader werd aangevallen en vertrappeld door Schotse hooglanders, waarna hij twee maanden lang in coma lag en nooit meer echt herstelde. Die hooglanders hadden kalfjes en waren daarom agressief. Dat deed me denken aan Vinnie, die een hele kudde—mét kalfjes—bij elkaar dreef en wild om hen heen bleef cirkelen. Ik was met mijn oudste zoon. De runderen gingen met hun achterwerken naar elkaar toe staan, als een soort ronde Romeinse gevechtsformatie, en deden uitvallen met koppen en hoorns. Hoe ik ook schreeuwde, Vinnie kwam niet. Ik moest hem gaan halen. Toen ik Vinnie eindelijk bij zijn halsband kon grijpen stond ik nog maar een meter of twee bij die beesten vandaan. Dat had dus heel anders kunnen aflopen, besefte ik gisteren, toen die man over zijn vader vertelde. Ook dacht ik terug aan mijn woede, toen ik Vinnie eindelijk te pakken had, en hoe ik hem lomp met zijn kop tegen de aarde drukte en bleef drukken, hoe hij angstig piepte, hoe mijn zoon me huilend smeekte om hem geen pijn te doen, om alsjeblieft te stoppen.

Ik zei al: het gaat nu beter met me

O ja, want daar hadden we het over. Hoe het me gaat. Nou, goed dus. Jullie hoeven je geen zorgen te maken. Maar dát jullie je zorgen maakten vind ik ontzettend mooi, en in de toekomst komen er vast weer stukjes; dat kan haast niet anders.

 


Je gratis abonneren op deze stukjes kan HIER.