Als je één ding moet kiezen dat de menselijke ervaring typeert dan moet het ontgoocheling zijn. Dit heb ik besloten.

Mijn vader, woonachtig te Rotterdam, mailde me dat hij eindelijk weer eens de stad inging. Met de tram. Hij droeg een mondkapje en bereidde zich voor een aangepaste situatie en het opvolgen van nieuwe regels. Moedig, benieuwd en met gepaste eerbied voor onze huidige problemen stapte hij de wereld in. Maar wat bleek? Hij was zo’n beetje de enige met een mondkapje, en de tram zat hartstikke vol. In de ogen van de mensen om hem heen zag hij vooral achteloosheid en verveling. Stond hij daar met zijn mondkapje en zijn integere bereidwilligheid. ‘Ik voelde me voor lul staan,’ schreef hij verontwaardigd. De ontgoocheling spatte er vanaf. Dat bedoel ik dus. Zo gaat het met alles.

Ik wandelde met mijn vriend T door het bos. Er kwamen snelle fietsers voorbij. Ze waren gekleed in fietskleding, hadden een complete uitrusting en zagen er identiek uit. ‘Waarom moet je je dan meteen zo kleden?’ zei mijn vriend spottend. ‘Waarom moet je meteen zo’n type zijn, met precies die kleding en precies die spullen?’ Ik was het met hem eens; het was zó burgerlijke en volgzaam en fantasieloos. Nu kocht ik eergisteren zelf een sportfiets, de eerste nieuwe fiets die ik ooit in mijn leven heb gekocht. Ik ben er nu twee keer mee gaan fietsen. Ik merkte echter dat ik pijn aan mijn kont kreeg, dus misschien moet ik zo’n fietsbroekje kopen met schuimrubber op het zitvlak; het is dat of vier onderbroeken over elkaar heen dragen. Ook had ik dorst, dus misschien moet ik een bidonhouder installeren, en een bidon kopen. De zon scheen in mijn ogen, maar mijn gewone zonnebril zou door het zweet en mijn omlaag hangende hoofd al snel op de grond vallen, dus misschien moet ik zo’n lichtgewicht zonnebrilletje kopen dat beter om je oren klemt. Toen ik heel hard reed zag ik een auto niet aankomen en kon ik maar net op tijd remmen, dus misschien moet ik een helm kopen. Binnen afzienbare tijd zal ik eruit zien als zo’n typische, wanstaltige fietser. Die ontgoocheling, die bedoel ik.

Met mijn jongste zoon keek ik weer eens een natuurdocumentaire. Deze was helemaal gefilmd in het donker. We zagen mooie dieren. Och wat mooi. Maar toen: al die dieren hadden het zwaar en werden met uitsterven bedreigd. Ik was vergeten dat zo’n beetje iedere natuurdocu dat stramien heeft; eerst laten zien hoe mooi de dieren zijn en vervolgens hoe ze allemaal ten onder gaan. Mijn zoontje moest huilen.

Ook ben ik begonnen met koud douchen. Het zou gezond zijn en daarbij goed voor je gemoedstoestand. Vanochtend liet ik zo lang als ik kon een ijskoude straal op mijn voorhoofd klateren. Nu heb ik hoofdpijn en een loopneus.

Ontgoocheling. Mensen denken bij de typische kenmerken van het leven al snel aan verdriet, liefde, stress, rouw, etc. Maar ik zeg het je: op nummer één staat ontgoocheling.

 


Je abonneren op deze stukjes? Dat kan hier.