De schrijver staat voor het terrarium van zijn hagedis. De hagedis heeft al maanden winterrust en ligt in een holletje met half geopende ogen naar de schrijver te loeren.

Schrijver: ‘Oscar, moet ik niet wat meer over de actualiteit schrijven?’

De hagedis ligt stil en loert.

Schrijver: ‘Weet je nog toen ik over Intratuin schreef? Over dat ze daar hun bloemen inspuiten met gif en dat zo de bijen sterven? Weet je nog het succes dat ik daarmee had, Oscar?’

De hagedis ligt stil, knippert traag met zijn ogen en loert.

Schrijver: ‘Mensen delen dat stukje nog steeds, Oscar. Maatschappelijke misstanden, actualiteit, daarmee krijg je de hits, Oscar. Zal ik over #MeToo schrijven?’

De hagedis sluit een seconde lang zijn ogen en loert.

Schrijver: ‘Ik schreef er al over in m’n laatste boek. Dat was echter geen #MeToo, maar een #IHave. Kende jij die hashtag al?’

De hagedis loert.

Schrijver: ‘Nee, ik ook niet. Maar het voelt niet goed, Oscar, als ik erover schrijf. Ik voel me zo’n opportunist, en wat is er nog over te schrijven? Spreek je uit, mannen! Dat is wat ze zeggen. Maar wat kan ik zeggen dat nog niet is gezegd, Oscar?’

De hagedis verlegt zijn staart en duwt zijn kop dieper in het zand.

Schrijver: ‘Moet ook ik nog zeggen dat een promiscue vrouw geen hoer is, en dat een vrouw die jou niet wil niet frigide is? Dat als een vrouw honderd pikken per dag wil, maar niet de jouwe, dat jouw pik voor haar dan even erg is als wanneer iemand jóú een pik opdringt, ondanks die honderd pikken die ze wél wilde?’

De hagedis sluit z’n ogen en houdt ze gesloten.

Schrijver: ‘Zeg ik het zo niet goed, Oscar? Te plastisch? Jij hebt twéé pikken, dus jij kan erover meepraten.’

De hagedis keert zich van de schrijver af.

Schrijver: ‘Wat voor zin heeft het als ook ik er nog over schrijf, Oscar? Al die anderen doen het al. Moet ik dan ook nog?’

De hagedis ligt stil.

Schrijver: ‘Waarom doe je zo? Ik schreef er toch ook al over in m’n boek, Oscar! Moet ik me nu echt weer uitspreken? Waarom lig je met je rug naar me toe? Ja, volgens mij zijn er inderdaad ook momenten geweest, stomdronken op een feestje, waarop een vrouw mijn hand van haar been heeft moeten verwijderen. Bedoel je dat? Lig je daarom met je rug naar me toe? Omdat ook ik een klootzak ben? Omdat je vindt dat ik dat moet opbiechten?’

De hagedis verlegt zijn staart.

Schrijver: ‘Weet je nog mijn stukje over Intratuin, Oscar? Hoevaak dat werd gelezen en gedeeld? Zullen we weer zo’n stukje schrijven, Oscar? Jij en ik? Zullen we?’

De hagedis kruipt verder zijn holletje in.


Klik hier voor een abonnement met extra’s. Mijn laatste boek – inclusief #ihave – heet Wij zeggen hier niet halfbroer.