dakraam

Toen de verbouwing pas net was begonnen noemden de bouwvakkers het een lichtstraat. Dat is wat ik zou krijgen in het dak van mijn aanbouw. Een lichtstraat. Ik stelde me daar een langwerpige vorm bij voor. Echt als een straat, dus smal. Alleen maar voor wat extra licht. Toen de aanbouw klaar was zag ik wat het was geworden: een groot raam. Ik was er helemaal van ondersteboven. Ik kon er doorheen kijken, de lucht zien, de wolken voorbij zien drijven, de regendruppels erop te pletter zien slaan. Wat een luxe!

Nu zit ik eronder te werken. Aan een nieuwe grote tafel. Het is mijn favoriete plek. We eten hier ook. En ik lees er de krant. Ik denk steeds tevreden: ik heb een dakraam. Al heet het dus een lichtstraat.

Wel kan ik door dat raam de dakgoot zien. Die is verrot. Het geld in m’n bouwdepot is op; ik had slechts genoeg voor de verbouwing van de benedenverdieping. Nu word ik er steeds mee geconfronteerd. Ik wil die dakgoot niet zien; al die tijd heb ik ‘m kunnen negeren. Dat krijg je met extra licht: je ziet meer…

 


De rest van dit stukje lees je na het afsluiten van een abonnement. Dat kan al vanaf twee euro per maand. Zie HIER

petje af (nieuws!)

Het is een tijdje stil geweest, dat weet ik. Mijn laatste stukje was er eentje over bloemen in de ruimte. Op zich was dat best een mooi beeld om jullie mee achter te laten. Er zijn sindsdien dagen geweest waarop ik bíjna een nieuw stukje schreef. Dan had ik een idee, of eigenlijk, zoals altijd, een soort zaadje van een idee, een vaag besef van iets, iets wat zou kunnen uitkristalliseren, tijdens het typen, maar dan moet ik dus wel daadwerkelijk beginnen met typen. Dat deed ik steeds niet.

Het is niet dat er ondertussen niets is gebeurd. Ik zat in een soort cocon; er vormde zich iets in mij. Sinds er een belangrijke opdrachtgever met me besloot te stoppen (dat wisten jullie al) ben ik, als je een heel lelijke term wilt gebruiken, gaan soul searchen. Al vaker deed ik dat. Al langer sluimerde het gevoel dat ik het misschien over een andere boeg moet en wil gooien. De teugels meer in eigen handen nemen, zie het zo maar. Voor het eerst in mijn carrière als schrijver lijk ik daar nu ook echt naar te handelen. Werken voor de papieren media, dat is ook steeds meer gaan voelen als het poetsen van koper op de Titanic.

Onder andere ben ik bezig met het realiseren van twee eigen podcasts. Daarover hopelijk spoedig meer nieuws. Wat echter tot een veel grotere levenswending kan leiden is de tweede sollicitatie die ik verstuurde, en het daaraan gerelateerde gesprek waarvoor ik ben uitgenodigd. Mocht ik worden aangenomen dan ga ik tweeëndertig uur per week werken. Ik bedoel écht werken. Dus niet schrijven, niet alleen maar eenzaam door mijn eigen psyche dwalen. Ik zou collega’s hebben, en werken met mensen met een rugzakje. (Als het een béétje meezit moet ik zelfs af en toe sjouwen.) Deze nieuwe dienstbetrekking zou het fundament worden; de rest zou ik ernáást doen. En daar snak ik naar. Als ik hier niet word aangenomen, wat heel goed mogelijk is, dan zoek ik door. Ik wil meer in de wereld staan.

Maar goed, dat gedeelte met ‘ernaast’ blijft ook heus belangrijk voor me. Zie bijvoorbeeld het plan voor die podcasts. En ik zal altijd boeken blijven schrijven, zij het misschien op een lager tempo.

En dan mijn stukjes. Deze stukjes. Ja, die blijf ik ook schrijven. Sterker nog: daar heb ik weer veel zin in. Ook hierop heb ik de laatste tijd zitten broeden. Ik ben tot een nieuwe aanpak gekomen, een nieuwe vorm. Daarom heb ik nu nieuws.

Zie: WWW.PETJE.AF/HENKVANSTRATEN

Petje Af is een site die is ontwikkeld voor makers met een eigen online podium. Denk aan podcastmakers, muzikanten, journalisten, etc. Het werkt met een maandelijks abonnement. Ik bied drie verschillende vormen aan: eentje van twee euro per maand, eentje van vijf euro per maand en eentje van tien euro per maand. Met het goedkoopste abonnement ben je verzekerd van al mijn stukjes, automatisch verstuurd per mail, net als nu. Bij de duurdere abonnementen krijg je wat extra’s. Dat lees je allemaal op die site.

Het is een kwestie van je registreren en de betaling regelen via iDeal. Hooguit tien minuutjes werk.

Belangrijk om hierbij te vermelden is dat de stukjes niet meer via TinyLetter zullen worden verstuurd. De kans is dus groot dat mijn nieuwe stukjes in je spamfolder terechtkomen. Let daar even op.

Ik hoop jullie daar te zien. Jullie zijn me dierbaar.

 


Zie mijn nieuwe nieuwe site dus HIER

bloemen in de ruimte

Vanochtend heb ik een heel jaar gewandeld. Ik begon in de zomer, zonnig en blauw, en toen werd het herfst, donker en nat, en vervolgens werd het winter, met sneeuw, waarna de zon weer doorbrak en opnieuw de lente zich aankondigde. O, de dingen die ik heb gezien! Heb meegemaakt! De lange baard die ik nu heb!

Ondertussen luisterde ik een podcast. Joe Rogan in gesprek met Brian Greene, een wetenschapper in de natuurkunde. Van zulk soort gesprekken kan ik geen genoeg krijgen, met zo’n briljante geest die zijn best doet om het allemaal zo begrijpelijk mogelijk uit te leggen: kwantummechanica, zwarte gaten, tijdskromming, electronen, fotonen, parallelle universums en werkelijkheden. Een wetenschapper die zich aan de feiten houdt, maar die ook zijn verbeelding durft aan te wenden.

Terwijl de seizoenen aan me voorbij trokken, en ik over de aarde wandelde, zag ik mezelf plots op een soort kosmische bloemenknop lopen. Het universum is ermee bezaaid: alle ontelbare planeten in het oneindige heelal zijn bloemknoppen. Zie: daar wordt er eentje groen en blauw, dat is de bloei, dat is het leven op die planeet en in die fase gebeurt álles, van liefde tot oorlog en auto’s en apen in een boom en evolutie en de rij voor de kassa van de supermarkt en het strikken van je veters op een maandagochtend. En dan, net als bij een bloem, treedt bederf in. De planeet kleurt weer grijs en is nu slechts nog steen. Maar ergens anders schiet er weer eentje in bloei. En zo gebeurt dat aldoor, op verschillen plekken in de kosmos. Als je het geheel kon overzien, kon aanschouwen, dan zag je overal grijze bolletje groen en blauw worden, en dan weer uitdoven en terugkeren tot grijs.

Als je weet dat je leeft op een bloem in bloei, dan is de gedachte aan een stervende planeet niet langer verkeerd. Een roos die bruin en rot wordt is ook niet verkeerd. Nu kun je zeggen: ja maar de mens maakt de aarde kapot, en dat is onnatuurlijk en wél verkeerd. Maar dan zie je de mens als iets wat buiten de natuur staat, buiten het universum bestaat. Dat lijkt me nonsens. Als er te veel kroos op het wateroppervlak van een vijver groeit dan stikt de vijver en sterven de dieren die erin leven; waarom zou de mens iets anders zijn dan kroos? Een arrogante opvatting, vind ik.

Nou ja, dat zag ik ineens voor me, het universum met al die grijze koude bolletjes waarvan er soms plots eentje kleur krijgt. Ik weet eigenlijk niet eens of ik het nou een troostrijk beeld vond of niet. Mooi vond ik het in ieder geval wél.   

 


Je kunt je gratis op deze stukjes abonneren en DAT DOE JE HIER.

keukentafel

Ik zat met de twee bouwvakkers aan mijn nieuwe keukentafel in mijn nieuwe keuken. Het meeste van hun werk was al gedaan; ze waren buiten nog iets met tegels aan het doen. De nieuwe, enorme pui stond open; warm zonlicht viel binnen. Ze aten een boterham, de ene van middelbare leeftijd en de andere nog jong. (De bouwvakkers, niet hun boterhammen.) (En nee, het waren niet Ronnie en Bas uit Hemingway is gecanceld.) Een koolmees landde in de tuin. Ik dronk koffie. We praatten wat.

Dat tegenwoordig ouders ervan uitgaan dat hun kinderen het slechter zullen hebben dan zij, daar spraken we over. Dit in tegenstelling tot vroeger, toen men ervan uitging dat de nieuwe generatie het juist beter zou hebben. Ik wilde het tegenspreken, zeker met dat hoopvolle lentezonnetje en die koolmees die af- en aanvloog, maar ik moest het beamen: ik vrees vaak het ergste voor mijn zoons. Ik vreesde ook altijd het ergste voor mezélf, zo zonder diploma’s of doorzettingsvermogen of commercieel instinct. Nog steeds vind ik het een kwestie van mazzel dat ik bleek te kunnen schrijven en mezelf daarmee kon redden.

Dat vertelde ik aan die bouwvakkers, over die mazzel, maar zodra ik het had uitgesproken had ik spijt. Of beter gezegd: ik voelde de moed in mijn schoenen zakken. Een dag eerder had een belangrijke opdrachtgever de samenwerking met me opgezegd. Daar dacht ik nu weer aan. Veronica Magazine, waar ik het afgelopen jaar wekelijks een tv-recensie voor mocht schrijven. Ze hadden een nieuwe eigenaar en alles ging op de schop. Het was een klus die even makkelijk als lucratief was en waarvan ik mezelf, naïef genoeg, afhankelijk had laten geworden. Dat is misschien het nadeel van geloven in mazzel, dat je daarmee ook de mogelijkheid van pech in het leven roept. Dat mijn laatste roman het doel niet raakte, moest ik dat ook aan pech toeschrijven? Nu vervloekte ik het schrijverschap, en niet voor het eerst. Ik maakte dit al vaker mee. Altijd die vrees, die onzekerheid, wedden op een mooi maar mank paard. De beklemmende onzekerheid van het ZZP’er-schap.

Volgende week heb ik, voor het eerst sinds een jaar of vijftien, een echt sollicitatiegesprek. Dus daar dacht ik nu ook aan. Aan wat me te wachten stond. Dingen als vakantiegeld, pensioen en de welbekende vrijmibo. En collega’s!

De jonge bouwvakker wilde absoluut geen kinderen, beweerde hij. Waarom hen dat aandoen? Hij was er heel stellig over. Er mochten van hem ook een heleboel mensen sterven aan een virus, want we waren met veel te veel. De oudere bouwvakker, een vader, hoorde het aan en at z’n boterham. De koolmees ritselde tussen de dode, verdorde, bij elkaar geharkte takken van mijn vermoorde blauweregen, en vloog weg.

 


Je kunt je op deze stukjes heel makkelijk abonneren. Maar hóé dan?! Dat is wat je nu natuurlijk wilt weten. Nou, klik HIER. Dan wijst het zich vanzelf. 

fundament

Ik luisterde een podcast over een Amerikaanse moordzaak in de jaren tachtig. Een paar kinderen vonden in het bos een metalen vat met daarin twee lijken. De verteller van de podcast associeerde het met typische avonturenfilms uit die tijd, films met kinderen in de hoofdrol. Die films zouden ook zo beginnen. Denk aan Stand By Me en The Goonies. Er klonk weemoed door in zijn verhaal, of op z’n minst nostalgie.

Het werkte aanstekelijk. Zelf dacht ik terug ook aan de jaren tachtig. Aan die twee films ook. En aan het soort avonturen dat ik met vriendjes beleefde. Een aansteker kopen bij de snackbar, zonder precies te weten wat we ermee gingen doen; je kon ze keihard op straat gooien, dan ontploften ze, of we hielden de vlam onder een speelgoedautootje, of we verzamelden zwerfplastic en zetten dat in de fik, onze t-shirts over onze monden tegen de giftige, groene rook. Met een stok prikten in een dode vogel. In een steegje vonden we seksblaadjes. Met een blaaspijp schoten we witte besjes op rijdende auto’s, en dan renden we voor ons leven als een chauffeur de achtervolging inzette.

Geen mobieltje. Geen internet.

Mijn oudste zoon is bijna veertien. Op zolder bij mijn ex heeft hij zijn eigen kamer. Hij wilde een pull-up bar hebben, zodat hij zichzelf kon optrekken. De vriend van m’n ex monteerde er eentje aan de muur, maar de muur was te zwak en dus begon het ding langzaam los te komen. M’n zoon kan hem al een tijdje niet meer gebruiken. Er hangt nu was aan te drogen. Ik liep er laatst voorbij en besefte dat hij zich dit later zou herinneren, het beeld van zo’n stang aan de muur met kleren die eroverheen hangen, precies zoals ik me de zwarte schroeiplek op de gaskachel herinner in de woonkamer van ons huis, vroeger, waar één van m’n broers een trui op te drogen had gelegd die vervolgens in de fik vloog. Die plek zat er jarenlang; er werd niets aan gedaan. Het zijn zulke beelden die het totaalbeeld van je jeugd vormen, bijna als een soort fundering waar het dagelijks leven op leunt.

In de podcast ging het erover hoe moeilijk het was om die moord op te lossen. Met DNA werkten ze toen nog niet. Er hingen nog niet overal camera’s. Ook dit maakte nostalgisch. Avontuur is makkelijker zonder camera’s. Avontuur is ook makkelijker zonder Instagram, Twitter en Facebook, en zonder telefoon waarop je altijd bereikbaar bent. ‘Zet je telefoon aan,’ zeg ik desondanks tegen m’n zoon als hij naar buiten gaat. ‘Zodat ik je kan bereiken.’

Momenteel ben ik aan het verbouwen. Straks is alles nieuw. Al het oude verdwenen. De oude houten vloer met gaten erin waar soms naaktslakken doorheen kwamen; als we ’s ochtends beneden kwamen zagen we de slijmsporen. Dat is ook weer zo’n beeld. Die hele vloer is nu weg. Er ligt een laag beton. Dat kan dus gewoon. Alles wat je kent kan veranderen. Je denkt dat het je fundament is, en dat het leven zelf zal instorten als je die dingen weghaalt, maar zie: je bent er nog. In feite leun je helemaal nergens op. Er is niks om op te leunen. Je hangt maar wat, in de lucht gehouden door iets wat je niet kunt zien of begrijpen. Of zoals de inheemse bewoners van Noord-Amerika zeiden: a great spirit carries you across the sky.

 


Je zou je op deze stukjes kunnen abonneren. Ik zou dat vooral doen. Het kan HIER.