Mijn jongste zoon drukt soms mijn hand tegen zijn piemel. Dan zit hij bijvoorbeeld in zijn pyjama tegen me aan op de bank, moe na een dag school, en kijken we televisie. Mijn hand ligt op zijn been, of knie. Eerst klemt hij mijn hand tussen zijn benen, en dan verschuift hij die steeds een beetje, zodat de rug van mijn hand tegen zijn kruis drukt. Hij doet dat achteloos, totaal opgegaan in het tv-programma. Hij vindt het fijn, waarschijnlijk zoals het ook fijn is om te duimen.

Ik knuffel heel graag met mijn zoons, en ik wil dat ze zich nergens voor hoeven schamen. Nooit voor liefde, nooit voor emoties, nooit voor intimiteit. Toch trek ik in de zojuist beschreven situatie altijd mijn hand terug. Subtiel leg ik hem opnieuw op mijn zoons knie of iets lager op zijn binnenbeen. Blijkbaar is er toch gêne; niet bij hem maar bij mij. Ik zie mezelf door de ogen van fictieve anderen en vind het dan toch ineens niet kunnen, een man met zijn hand op het kruis van zijn zoon. Bang voor wat ze zullen denken.

Dat voelt rot. Want in zekere zin wakker ik daarmee ook zijn gêne aan. Door mijn hand weg te halen bij zijn kruis zeg ik tegen hem: daar wil ik je niet aanraken. Mijn affectie kent dus grenzen. Dat is pijnlijk. Een klein kind is je zo dierbaar, en voelt zo als een deel van jezelf – je liefde voor hem is zo onvoorwaardelijk – dat iedere weigering of afwijzing verkeerd voelt. Althans als die weigering of afwijzing van jouw kant komt. Want dat het andersom gebeurt – je zoon die je op een dag ineens geen zoen op de mond meer wil geven – is onvermijdelijk en vanzelfsprekend.

Gek hoe dat werkt. Gek hoe diep schaamte gaat, hoe dwingend de blik van die fictieve ander is, en hoe sterk de greep van maatschappelijke fatsoensnormen.

Wat mijn zoon in feite doet is zijn vader zo hard als hij kan tegen zich aandrukken. Hij wil mijn aanwezigheid voelen tot in zijn midden, zijn binnenste, zijn kern. Hij wil met mij versmelten, wellicht. En ik trek me dan terug. Ik zeg: tot hier en niet verder.

En zo maak ik een volwassene van hem. Zo wordt hij net als ik. Een begrensd iemand. Een voorwaardelijk mens. 


Deze stukjes automatisch per mail? Klik hier. Mijn laatste boek lezen? Het heet Wij zeggen hier niet halfbroer.