Je kunt te veel eten en dan ben je misselijk, maar je kunt ook te veel slecht nieuws lezen en dan ben je ook misselijk. Zo zat ik in de trein, misselijk van al het plastic waarover ik had gelezen. Plastic in vis, plastic in drinkwater, plastic in alles. Het is officieel: je kunt niks meer eten of drinken zonder minuscule hoeveelheden plastic binnen te krijgen. Dat plastic is zo klein dat het je cellen in kan. Wat het daar doet, dat weet nog niemand.

Alle mensen in de trein bestonden voor een deel uit plastic. Ik keek van de een naar de ander en vroeg me af voor hoeveel procent ze uit plastic bestonden. Die meneer, daar, met dat gladgestreken gezicht; het zou me niets verbazen als hij voor anderhalf procent uit plastic bestaat.

Toen ving ik de blik van een meisje aan de andere kant van het gangpad, een paar bankjes verderop. Met haar ene hand hield ze haar telefoon vast en met haar andere maakte ze haar staartje los. Op dat moment keken we elkaar aan. Haar staartje was blond en ze droeg een bril met een dun, gouden montuur. Ik keek weg, zij ook. Ze lachte om iets op haar telefoon en toen keek ze weer naar mij, en ik naar haar. Ze maakte haar staartje opnieuw vast.

Dat ging zo even door. Ik werd er een beetje zenuwachtig van, maar ik vond het ook leuk. Even later maakte ze opnieuw haar staartje los, en weer vast. Er ging een tekst van The Streets door m’n hoofd: I saw this thing on ITV the other week/ Said that if she plays with her hair she’s probably keen/ She’s playin’ with her hair well regularly/ So I reckon I could well be in.

Maar op een zeker moment keek ze niet meer op van haar telefoon. Misschien had ik haar te veel of te langdurig aangestaard en was ze daarom op me afgeknapt. Ik probeerde het nog een paar keer en gaf het toen op. Het plastic was even weggeweest, maar nu kwam het terug. Ik zag een vrouw een slokje plasticthee nemen, en een man zijn tanden zetten in een plasticbanaan.

Toen ik nog één keer naar het meisje keek zat ze in haar neus te pulken. Ondertussen keek ze nog op haar telefoon, tot ze zich realiseerde dat ik er ook nog was. Haar gezicht betrok, de vinger ging vliegensvlug uit haar neus en ze keek op. En ja hoor, wat een pech: ik zat inderdaad naar haar te kijken.


Interesse in een abonnement met extra’s of bereid tot een eenmalige donatie? Klik hier. Mijn laatste boek heet Wij zeggen hier niet halfbroer.