Ik werd er door meerdere lezers op gewezen. Theodor Holman heeft gewoon nog een dagelijkse column in Het Parool. Die krant hebben we hier niet, nergens buiten Amsterdam, dus ik had geen idee. Het stukje van gisteren komt hierdoor op losse schroeven te staan. Sterker nog: het hele stukje slaat eigenlijk nergens meer op. Het fundament eronder is weggeslagen.

Bij dezen wil ik mijn excuses aanbieden aan de lezer, aan Theodor Holman en vooral aan de persoon die me een Tikkie van honderd euro stuurde. Ja, dat lees je goed: honderd euro. Mocht diegene zich bekocht voelen dan stort ik dat bedrag uiteraard zonder morren terug.

Overigens was dat niet de enige reactie op het stukje. Eén lezer vond dat ik te luchtig was over de aard van Holmans islam-kritiek in de nasleep van de moord op zijn vriend Van Gogh. Deze lezer schreef: ‘In zijn columns in Het Parool werd hij ongemeen zuur, met name over jongere generaties, een beetje Max Pam-erig dus. Zoals Hans Teeuwen na de dood van zijn vriend koos voor rancune, leek ook Holman permanent boos op de wereld vanwege dit onrecht. En dan kan je wel doen alsof de zure oude (witte) man een mythe is, alsof het ónze schuld is dat hij in een hokje terechtkwam, maar dat vind ik net zo eenzijdig gedacht als het gedachtegoed dat je denkt te bestrijden.’

Dit wilde ik even met jullie delen, want wellicht heeft hij een punt. Het was niet mijn bedoeling om te bagatelliseren wat Holman destijds heeft bijgedragen aan de polarisering en verharding van het debat.

Overigens dacht ik met mijn stukje niets te bestrijden. Zeker geen gedachtegoed. Hooguit rancune en starheid en een gebrek aan empathie en vergeving. Mijn antwoord aan deze lezer was als volgt: ‘Ik liet expres in in het midden in hoeverre die kritiek in die tijd terecht was. Ik benoemde dat het voor mijn tijd was en dat ik er het fijne niet vanaf weet. Het punt van het stukje is niet politiek. Het punt van het stukje is: compassie, iemand weer een kans geven, iemand die schitterend schrijft en een mooi hart heeft, dat weet ik zeker, maar die toen inderdaad vast heel boos was, en een vriend had verloren, en leefde in een verwarrende tijd, precies zoals nu, wanneer compassie óók zo belangrijk is.’ Bovenal ging het stukje over het fixeren van een beeld terwijl ondertussen alles verandert en vergaat.

Enfin.

Ondertussen slopen ze m’n huis. Nee, ze verbouwen m’n huis, of in ieder geval de benedenverdieping van m’n huis, maar momenteel bevinden ze zich nog in de sloopfase. De twee bouwvakkers (die níét Ronnie en Bas zijn) blijken allebei in het bezit te zijn gekomen van een boek van me. De één kreeg Hemingway van zijn vrouw, met Kerstmis, en de ander schafte Tussenhuisje aan. Ze zijn, kortom, de beste bouwvakkers ooit.

Ik schrijf dit in de slaapkamer van mijn oudste zoon, op de eerste verdieping, aan zijn bureau. Als ik de la opentrek zie ik pistolen, messen en een paar aanstekers. De pistolen zijn nep, de rest is echt. Ik leef hier nu. Ik heb er een koffieapparaat en een magnetron mee naartoe genomen, en m’n San Pedro cactus, die ik op de vensterbank heb gezet. Ik probeer te schrijven maar zit veelal YouTube-videos over horloges te kijken. Het volume zet ik zo zacht mogelijk, zodat de bouwvakkers het niet kunnen horen, want anders vinden ze me lui en verwend terwijl zij keihard aan het werk zijn. Dan komen ze thuis en gooien ze m’n boek in de vuilnisbak en spugen ze er ook nog op.

Nou ja, ik weet het verder ook niet. Ik wilde alleen eventjes dat stukje van gisteren rectificeren.

 


Je abonneren op deze stukjes kan HIER