Van mijn ex kreeg ik voor mijn verjaardag in januari een wellness giftcard, en nu ben ik in m’n eentje naar de sauna in Son & Breugel gegaan. Ik heb er speciaal een badjas voor gekocht, bij de Wibra. Ze hadden alleen blauw-met-donkerblauw-gestreepte kamerjassen die je eerder associeert met een pijp rokende, krant lezende oude man dan met de sauna, maar soit.

Iedere handeling, hier, accentueert mijn alleen-zijn. Het voetenbadje, waarmee je blijkbaar moet beginnen, is haast surreëel. Ik zit hier heel gewoon met mijn voeten in een voetenbadje, zeg ik tegen mezelf, me van de badjas ontdaan. De mensen naast me glimlachen naar me. Ook zij zitten heel gewoon met hun voeten in het voetenbadje. Voor hen is het niet raar, maar dat is alleen omdat zij niet weten dat ze dit allemaal dromen.

‘Ik genoot van je nieuwe boek,’ zegt een oudere vrouw die voorbijloopt, heerlijk ontspannen en schaamteloos, met een vrijheid die je alleen kunt hebben wanneer je zowel de mogelijkheid tot als de hoop op aantrekkelijkheid hebt laten varen. Het voelt een beetje vreemd en fout, dit compliment ontvangen terwijl ik naakt ben. Het is alsof ze zegt: ‘Charmante pik heb je.’

In de verschillende sauna’s blijf ik zitten tot ik het niet meer uithoud, maar ik weet steeds niet precies wanneer dat punt bereikt is. Steeds als ik denk: Nu trek ik het echt niet meer, dan kan ik best nog even blijven zitten. In theorie zou ik dat dus iedere keer kunnen besluiten. In theorie kan ik hier blijven zitten tot ik uitdroog, oververhit raak en sterf. Het is dat besef dat me uiteindelijk toch de cabines doet verlaten.

In de grote, zonovergoten tuin lees ik Miranda July. Ik doe dat heel gewoon, op een ligstoel, onder een parasol. In de bomen rondom het terrein zingen vogels. Het leidt me af, dat geluid, omdat alleen het zingen van die vogels echt voelt. Het is alsof de werkelijkheid dan door de droom heen sijpelt, alsof die vogels zich bevinden achter het bioscoopscherm waarop dit allemaal wordt afgespeeld.

Tijd voor lunch, besluit ik. Het had ook eerder of later gekund, maar ik ga nu en ik bestel thee en roerei op toast. De jonge ober die me helpt is zwart, en daarmee de enige  niet-witte persoon op dit terrein, en ik vermoed dat dat hier, in dit burgerlijke dorp, zo’n beetje iedere dag het geval zal zijn. Ik heb de drang om er tegen hem iets over te zeggen, simpelweg omdat het voor hem toch ook apart moet zijn, maar ik vrees – met ervaringen op social media in het achterhoofd – dat slechts het benoemen van zijn kleur zal worden geïnterpreteerd als racisme, en dus zeg ik alleen maar dank je wel.

In het binnenzwembad ben ik helemaal alleen; het is mooi weer dus iedereen zwemt buiten. Voor het eerst oefen ik de borstcrawl zoals ik het soms op tv gedaan zie worden, met zo’n zijwaartse hap lucht. Als ik een klein beetje moet plassen kijk ik om me heen en laat ik het lopen, maar dan vrees ik dat het paars zal kleuren omdat ze er een chemisch middeltje in hebben gedaan dat je verraadt, dus zwem ik bij het plaswolkje vandaan als een octopus bij een plens inkt. Vervolgens begin ik heel gewoon een liedje te zingen.

Onderweg naar de stoomcabine met eucalyptus loop ik achter een oude man. Zijn billen zijn ingevallen en bijna helemaal weggeteerd; hij heeft nog zo weinig spek dat hij op beide billen blauwe plekken heeft, gewoon van het zitten. We worden allemaal oud, zeg ik tegen mezelf, kalm als een Tibetaanse monnik, terwijl ik de paniek als een blok lood op m’n borst voel drukken.

Als ik buiten weer zit te lezen, heel gewoon, zie ik een meute staan wachten voor een van de buitencabines. Het is een opgieting, begrijp ik. Ik overweeg om er ook tussen te gaan staan, heel gewoon, maar dat wordt me echt te gortig. Ik vrees dat ik dan niet langer kan volhouden dat ik hier heel gewoon ben.

Op mijn ligbed, met mijn boek, sluit ik mijn ogen. Als ik weer luister naar de vogels is het alsof ik samenval met alles om me heen, alsof ik samenval met de droom; even voel ik een soort eenheid, een soort compleet-zijn. Het doet me denken aan een boektitel van Bukowski: You Get So Alone At Times That It Just Makes Sense.


Het nieuwe boek waar de vrouw bij het voetenbadje zo van heeft genoten heet Berichten uit het tussenhuisje. Je abonneren op deze stukjes? Klik hier.