Haastig gingen mijn jongste en ik zondagochtend het huis uit. Toen ik achter me de voordeur op slot wilde draaien lukte dat niet. Er was iets met het slot. Ook kon ik niet meer naar binnen. ‘Heb jij iets met het slot gedaan?’ vroeg ik, en hoorde hoe stom dat klonk. ‘Nee,’ zei mijn jongste defensief, omdat hij vaker door me beschuldigd wordt, soms terecht, vaak onterecht.

Ik bracht hem naar zijn moeder en belde de slotenmaker om te vragen of ze wilden langskomen. Alleen al om mijn huis binnen te komen bracht hij vijftig euro in rekening, want het was zondagmiddag.

Mijn ex stuurde een appje. Mijn jongste had tóch iets in het slot gestoken. Of ik met hem wilde bellen en niet boos wilde worden, svp. Ik kreeg hem huilend aan de telefoon. Het was goed dat er die ruimte tussen ons was. ‘Het is oké hoor,’ zei ik. ‘Kinderen doen dat soort dingen soms.’ Maar toch kon ik het niet laten: ‘Papa moet wel echt heel veel geld betalen nu.’ Niet ‘ik’, maar ‘papa’. De manieren waarop een ouder zijn kind met schuldgevoel opzadelt zijn eindeloos.

De slotenmaker liet me een naald zien. Een naald van een naald en draad. Het was heel knap hoe mijn zoon die helemaal in het slot had gekregen, zei hij. Een carrière als inbreker lag in het verschiet.

Een vriend van me trapte als kind in de kippenren van zijn ouders een hele reeks kuikentjes dood. Daar pesten we hem nog steeds mee. Maar goed, ook hij functioneert als volwassene redelijk.

De rest van de dag werkte ik aan de vierde versie van Berichten uit het tussenhuisje. Buiten sneeuwde het. Mijn ex stuurde foto’s van het bos, waar zij en onze zoons heerlijk aan het wandelen waren. Ze leken zo vrolijk, en even dacht ik dat het kwam omdat ik er niet bij was en dus niet met mijn nukkigheid hun plezier kon bederven.

Ik keek uit het raam en probeerde te werken. Oscar stond rechtop tegen het glas van zijn terrarium, alsof hij iets naar me wilde roepen. ‘Ga naar buiten, zieligerd!’ misschien. Of: ‘Wees een betere vader!’ Of: ‘Stop toch met schrijven, niemand leest nog boeken!’ Of misschien maakte ik er te veel van. Misschien riep hij slechts: ‘Mag ik niet een keer iets anders dan sprinkhanen en krekels?’


Me steunen met een donatie of een plus-abonnement kan hier. Mijn meest recente boek heet Wij zeggen hier niet halfbroer.