Dat ik in een stiltecoupé zat besefte ik pas toen een vrouw, een paar bankjes verderop, omhoog kwam en ‘Sssst, silence!’ deed tegen de twee mensen die naast me zaten, aan de andere kant van het gangpad. Ze wees hen daarbij op de letters op het raam.

De twee mensen waren gezellig in gesprek. Ze spraken Engels; hij een Amerikaan, zij uit India. Een jaar of veertig, waarschijnlijk expats werkzaam in de technische industrie van Eindhoven. Collega’s, onderweg naar Amsterdam. Ze waren lekker gaan zitten, hij had net zijn das wat losser getrokken, ze hadden het over eten en wat ze lekker vonden. Smalltalk.

Tot ze dus tot stilte werden gemaand. Ze keken elkaar verbaasd aan, een beginnende grijns op hun mond. ‘That’s so Dutch,’ zei de man. Even was het perfect stil in de coupé. Buiten zakte de zon achter weilanden en sloten, een roodgoude gloed op het water. Ik las mijn boek van Alan Watts.

De vrouw fluisterde iets, de man fluisterde terug, de vrouw fluisterde iets harder, de man met nog iets meer volume, en gaandeweg werd het weer een gesprek.

Lezen lukte me niet meer. Toen ik nog niet wist dat ik in een stiltecoupé zat was het geen probleem geweest. Het praten had me niet afgeleid, maar nu wel. Ik denk niet het praten zelf, maar het feit dát ze praatten, met een soort jij bent de baas niet-mentaliteit, een soort snoevende minachting, alsof de vrouw die hen tot stilte had gemaand een enorme zeikerd was geweest.

‘Excuse me,’ zei ik. ‘But I don’t know why you’re still talking.’ Ze keken me aan, afwachtend, van hun apropos gebracht. ‘That woman pointed out that this is a silence car. That’s so Dutch? What does that mean? Uptight? Everyone should just be allowed to talk in a silence car? What would be the point of the silence car? Isn’t it a wonderful thing, the silence car? Just one car to read, meditate or just look out the window in silence after a busy day at work? Yet you don’t get up, you don’t move to a regular car. No, instead you sit here talking and laughing like children in high school, mocking their teacher. Just move to a different car, for fuck’s sake.’

De vrouw keek weg. De man keek me nog even aan en snoof. Het klonk als een scheet en het impliceerde dat hij vanaf nu wel stil zou zijn maar dat ik, en zeker niet hij, de loser was.

Lezen lukte me daarna nog steeds niet. Mijn hart bonkte te snel en te hard. De atmosfeer leek elektrisch geladen. De stilte was verpest.


Abonneer je hier op deze stukjes. Koop mijn boeken.