Midden in de huiskamer lag ik met mijn blote rug op mijn nieuwe spijkermatje aan Koningsdag te denken, die dit jaar niet doorgaat, en hoezeer ik die dag altijd gehaat heb.

Ik lag op het gedeelte van de vloer waar in de namiddag een brede strook zonlicht valt. Dat doe ik expres: ik ga op dat pijnlijke matje in de warmte liggen, zodat ik een beetje begin te gloeien, en niet meer weet wat door de pijn komt en wat door de warmte, en wat gewoon van mezelf is. Het idee van zo’n matje is dat de pijnprikkels voor endorfine zorgen, dat het je ontspant en dat het gezond is. Weet ik veel; ik trap in bijna ál die health-advertenties op Instagram.

Maar goed, ik had het over Koningsdag. De drukte buiten, ik trok die nooit. De kraampjes afgaan met m’n jongens. Muziek aan alle kanten. Onrust, stress, ongemak. Te vroeg beginnen met biertjes drinken uit slappe plastic bekers. Ergens voor één of ander podium staan. Heel even genieten van de roes, om dan te dronken te worden, of iets te eten en de kater al voelen opkomen. Ik ben somber en voel me verloren. 

Er waren jaren dat ik thuisbleef, in mijn eentje, maar dan hoorde ik nog steeds muziek en had ik toch het idee dat ik iets miste, of ergens moest zijn, waar ook mijn vrienden waren. Dus ook dat bood geen respijt. Ik kon er echt tegen opzien, die dag. Dat is toch idioot? Dat je daadwerkelijk een soort weerzin en spanning voelt op de dag voorafgaand aan een feestdag?

Zo lag ik op dat spijkermatje te peinzen. En mezelf weer eens een beetje te haten. Ik voel me soms zo’n wrek, zo’n spelbederver, zo’n kribbige oude ziel. Wie wil er nou zo iemand? Wie wordt daar nou verliefd op? Kom maar op met die spijkers; duw ze nog maar wat dieper mijn vlees in.

Maar als je toch op zo’n matje ligt, en gezond wil worden, dan kun je net zo goed een beetje zelfcompassie beoefenen.

Dus dat probeerde ik. Ondertussen luisterde ik naar Post Malone, een popster uit Amerika. Ik luister de laatste weken niets anders meer. Ik weet niet wat het is; zijn muziek geeft me energie; er zit een zekere bravoure in die toch ook liefdevol is. Op mijn spijkermatje lag ik met hem mee te zingen toen dit zinnetje voorbijkwam: Everything came second to the benzo. Dat kende ik, dat gevoel. Het woordje benzo staat voor benzodiazepine, een verslavende angstremmer. Die periode had ik ook gehad. Meerdere perioden zelfs. Maar dat was verleden tijd en dat was toch wel iets goeds, daar mocht ik misschien toch wel een beetje trots op zijn, op mijn spijkermatje, op de vloer van mijn huiskamer, in het zonlicht, één dag voor de Koningsdag die niet doorging.

 


Schrijf je HIER in op mijn stukjes. Je krijgt ze dan automatisch en gratis per mail.