Een overvolle coupé op het treintraject van de Randstad naar mijn woonplaats Eindhoven. Tussen Utrecht en Den Bosch krijgt er een meisje de slappe lach. Ze behoort tot een groepje van vier meisjes. Twee van hen dragen een hoofddoek, de andere twee niet. De twee met hoofddoek zijn van Somalische origine, gok ik. De andere meisjes zijn mogelijk Marokkaanse. Ik vermoed dat ze vanwege een schoolproject ergens naartoe onderweg zijn. Hun bestemming, Den Bosch, is voor hen vreemd gebied: ‘Helemaal in Brabant,’ zegt er eentje. ‘Dat is tantoe ver.’

Het meisje met de slappe lach is één van de twee meisjes met hoofddoek. Eerst lachten de andere drie nog mee, maar na een minuut of tien zijn zij uitgelachen. Het meisje kan niet meer stoppen. Ze vindt het zelf nu ook niet meer leuk. Ze begint zich te generen, maar ze blijft lachen.

De meisjes hebben hun eigen taal, kennen elkaar goed, zetelen comfortabel in hun groepsgevoel. Als het meisje met de slappe lach ook nog een boer laat beginnen de andere drie ook weer te lachen. 

‘Wolla,’ roept één van de meisjes zonder hoofddoek. ‘Dit is echt voor schut!’

Hun gelach vult de coupé. Net als veel van de andere reizigers draai ik af en toe m’n hoofd naar hen om. Voor mij werkt hun gelach aanstekelijk. Ook ik schiet in de lach. Maar veel anderen kijken geïrriteerd. Er klinken zuchten, er wordt rondgekeken, gezocht naar medestanders, verlangd naar gedeelde verontwaardiging.

Nu zijn er nog meer meisjes, een paar bankjes verderop, die óók in de lach schieten. Ze benoemen hun Marokkaan-zijn, vandaar dat ik weet dat ze van Marokkaanse origine zijn. Ze spraken zojuist over jongens: of je het kunt maken om iets te doen met een jongen die al een vriendin heeft. Daarna ging het over een man van dertig, en dus veel te oud, maar die niettemin door één van de meisjes werd begeerd. ‘Als ik dertig was had ik het wel geweten, ik zweer het! Ik had hem allang gepakt.’ Dit is wat bij hen de slappe lach veroorzaakt. Het eerste groepje lachende meisjes wordt zich bewust van het tweede groepje en vice versa. Olie op elkaars vuur.

Ze nemen veel ruimte in, deze meisjes. Ze voelen geen drang zich te verontschuldigen voor hun aanwezigheid. Dit is evengoed hun coupé als die van de andere reizigers.

Toch meen ik aan veel andere reizigers te kunnen zien dat zij daar anders over denken. Alsof de coupé Nederland is en deze meisjes doen alsof zij er plots de baas zijn. Onbeschoft, onaangepast, brutaal. Maar ze hebben plezier, dat is alles. En als iemand ergens plezier durft te hebben, dan voelt hij of zij zich er thuis. Het stemt me optimistisch.

Buiten trekt het oerhollandse landschap voorbij. In de weilanden staat een stel koeien achteloos te herkauwen, zich van geen kwaad bewust. Eén van de twee meisjes met hoofddoek roept: ‘Het stinkt hier naar stront, ik zweer het!’

Ik kijk naar de koeien en zie ze met andere ogen. Alsof ik naar een schilderij kijk. Iets van vroeger.


Stukjes gratis per mail regel je HIER.