De taxateur was net hier. Hij droeg latex handschoentjes. Dat hij langskwam had te maken met mijn hypothetische verbouwing. Het is een verbouwing die de ene dag níét en de andere dag wél doorgaat. Vandaag lijkt hij weer wel door te gaan.

We liepen door het huis. Ik schreef al eerder een stukje over dit huis en geschiedenis ervan, over de schimmen uit het verleden die er nog rondspoken. Met een laserlampje nam deze man alle maten op. We gingen de tuin in, waar ik hem vertelde dat, in het geval van een verbouwing, de blauweregen, die even oud is als de periode dat ik hier woon, het onderspit zou moeten delven. Ik wist al dat mijn blauweregen zo’n beetje de mooiste van het land is, maar toen de taxateur allerlei mogelijke manieren begon te bedenken waarop mijn plant de verbouwing zou kunnen overleven, werd mijn sentiment nog eens bevestigd. De blauweregen is bijna een reden om van de verbouwing af te zien, en ik kon aan de taxateur zien dat hij er precies zo over dacht.

Gek, ook, hoe de coronacrisis van invloed is. De banken gaan de rentes omhoog gooien; ik moet snel handelen. Ook kon ik eerst geen aannemer vinden, en nu wel, want veel van die lui zien hun projecten sneuvelen, waardoor ook mijn offerte waarschijnlijk lager zal uitvallen. De ene z’n dood…

De taxateur stond nog in de tuin te meten toen ik me realiseerde dat hij op de plek stond waar ik gisteren een dode duif aantrof. Hij had geen zichtbare schade; hij was gewoon zo dood van het dak gedonderd. Ik slaap op zolder en iedere ochtend, veel te vroeg, hoor ik de duiven vlak boven me scharrelen. Ik wens ze wel eens dood. Dat was nu dus gelukt, dat wensen.

Iemand zei me dat een dode duif ongeluk brengt. In combinatie met het bezoek van de taxateur en de aanstaande, mogelijke verbouwing, voelde het ineens een beetje luguber. De wind droeg een stem met zich mee: Niet doen, niet doen… Want wat er verloren zal gaan, dat krijg ik nooit meer terug. 

Op de vloer van het toilet ligt een Volkskrant Magazine, opengeslagen op de pagina achterin, waar Wieteke van Zeil haar vaste kunstrubriek heeft. Dit keer schreef ze over een schilderij met daarop een pestdokter, zo’n middeleeuwse figuur met een vogelmasker op. Bij de taxateur, met zijn witte latex handschoenen en zijn clipboard, had ik nu die associatie.

Hij kwam iets inluiden, de taxateur. Ik hoopte op een nieuw begin. Ik vreesde een einde.

 


Een gratis abonnement op deze stukjes fix je hier.