Ik wilde eigenlijk geen stukje schrijven. Had geen idee waarover ik het moest hebben. Bovendien moet ik vandaag mijn belastingaangifte in orde maken. Maar juist daarom ga ik nu tóch een stukje schrijven. Het is mijn laatste toevluchtsoord. Ik mag dit stukje nog schrijven en dan moet ik echt beginnen.

Dus dan maar over Tennessee Williams, de schrijver, vooral bekend om toneelstukken als A Streetcar Named Desire en The Night of the Iguana. Ik lees zijn memoires, simpelweg Memoirs getiteld. In 1975 werden ze gepubliceerd, hij was toen drieënzestig. Het boek veroorzaakte nogal wat commotie en controverse: Williams schreef zonder enige schroom of gêne over de jaren na zijn coming out als homoseksueel. Lang niet alleen daarover, natuurlijk, maar het waren die passages waar puriteins en preuts Amerika flink over viel.

Ik vind het heerlijk. Zijn schaamteloosheid impliceert de rotsvaste overtuiging dat hij niets verkeerd deed, dat hij geleefd heeft zoals hij wilde leven, of beter gezegd: dat zijn leven, net als dat van anderen, zich meanderend en grillig voltrokken heeft. Niettemin valt mijn mond soms open bij de onomwonden anekdotes over zijn promiscuïteit. Zo gaat hij vaak cruisen, wat een term is voor het oppikken van sekspartners. Dat fenomeen neemt soms zulke brutale vormen aan dat hij op een druk plein afstapt op dienstplichtige, in uniform gestoken jongemannen, zelfs zonder te weten of zij ook homoseksueel waren, en zonder blikken of blozen tegen hen zegt dat hij een appartement vlakbij heeft. (Leuk detail: regelmatig nam hij hetero’s mee, die dan toch niet zo hetero bleken te zijn als ze dachten.) Hij schrijft er ook het volgende over: If the first one or two were not to my satisfaction, I would go out for a third. De oorzaak van dit seksuele hedonisme is, volgens hem, het feit dat hij pas vrij laat uit de kast kwam. Hij had, kortom, het één en ander in te halen.

Uiteraard denk ik tijdens het lezen soms aan mijn eigen memoires, vooral die in Tussenhuisje. Ik schrijf over de vele vrouwen die er na mijn scheiding waren. Ik ben ervan beticht daarover op te scheppen; dat het schrijven over die vrouwen impliceerde dat ik er trots op was en ermee wilde pochen. Nu ik Williams lees word ik gesterkt in mijn vermoeden dat jat dat zo simpel niet kunt stellen. Ik wilde een onomwonden beeld schetsen, zoals ook Williams dat doet, zonder iets weg te laten, zodat je als lezer een caleidoscopisch beeld van het, of mijn, of een leven krijgt. Want dat is wat het leven is: caleidoscopisch; iedere keer als je denkt dat je er een definitief beeld van hebt draait de caleidoscoop een slag en vormen alle losse stukjes een nieuw patroon. Het is aan de lezer om er, desgewenst, een oordeel over te vellen. En dat doen ze dus ook. En dat mag ook.

Dat gezegd hebbende: ik ben blij dat ik zo niet meer leef, en dat ook niet meer wil. Het was een cocktail van eenzaamheid, vluchtgedrag en de behoefte aan bevestiging die me ertoe dreef. En libido, natuurlijk. Maar libido is er altijd; het is pas wanneer er andere factoren meespelen dat het libido ongecontroleerd zijn gang kan gaan. Het duurde even voor ik dat doorhad.

Ook Tennessee Williams reflecteert hierop: I wonder, sometimes, how much of the cruising was for the sport of pursuit and how much was actually for the repetitive and superficial satisfactions of the act itself. Precies dat: iedereen keer dezelfde oppervlakkige en kortstondige bevrediging. En ook Williams moest daar destijds nog achter komen: I know that I had yet to experience in the “gay world” the emotion of love, which transfigures the act to something beyond it

Het ontwaken uit de illusie van dat vluchtige verlangen is belangrijk. Erin gevangen blijven maakt je tot een tragisch, spiritueel arm mens. Williams schrijft: I have know many gays who live just for the act, that “rebellious hell” persisting into middle life and later, and it is graven in their faces and even refracted in their wolfish eyes.

En wat weerhield Williams van een voortdurend bestaan in die rebellious hell? Je wil dat het antwoord liefde en niets dan liefde is. De behoefte aan iets iets diepers, iets wezenlijkers. Maar dan schrijft hij het volgende: I think what saved me from that was that my first commitment was always to work. Werken, schrijven, dat was wat ervoor zorgde dat hij niet verviel in liefdeloze lust. Hè jammer. Maar wacht even. Daarna schrijft hij: Yes, even when love did come, work was still the primary concern. Dat is fijn om te lezen, die vier woordjes: When love did come. Want het was er hoor, de liefde. Het boek staat er bol van. En misschien was de liefde voor zijn werk, immer en altijd zijn prioriteit, evengoed echte liefde.       

Tennessee Williams, een notoire alcoholist, stierf op zijn éénenzeventigste in een kamer in het Hotel Elysée te New York. Hij stikte in het plastic dopje van een neusspray, of van een flesje oogdruppels; dat is nooit achterhaald.


Abonneer je HIER gratis op deze stukjes.