Voor het weekend nog snel een leestip. Vergeet het DWDD Boek van de Maand en koop The North Water van Ian McGuire. In het Nederlands verkrijgbaar als Het Noordwater. Gisteren vertelde ik iemand erover en toen zei ik: ‘Het is misschien wel een beetje een mannenboek.’ Dergelijk gender-denken is natuurlijk achterhaald (hup Hema), dus misschien moet ik dat terugnemen.

Niettemin zijn het voornamelijk mannen die het verhaal bevolken: de bemanning van een Engelse walvisvaarder in 1859. Natuurlijk denk je dan meteen aan Moby Dick, en dat is ook terecht. Het heeft diezelfde sfeer: ruwe kerels, vaten brandy, de stank van vis en zee, bloed en ingewanden. En een moord, in dit geval: op weg naar Antarctica wordt een jonge scheepsmaat verkracht en een paar dagen later, wanneer er een onderzoek is ingesteld, vermoord. De scheepsarts, Patrick Sumner, een man met een mank been, een opiumverslaving en een bezoedelde carrière, neemt het op zich om de dader te vinden; zijn manier om met het verleden in het reine te komen.

Het is fantastisch. Een detective, een thriller en een odyssee ineen. Het is alsof Cormac McCarthy, Herman Melville en Raymond Chandler samen een boek schreven. Iedere pagina is genieten: de stank van de dood, het gezicht van het kwaad, loutering, overleving, wetteloosheid en beestachtigheid. ‘A novel that takes us to the limits of flesh and blood. Utterly convincing and compelling, remorselessly vivid and insidiously witty,’ jubelde Martin Amis.

Gisteren liep ik door Haarlem. Ik at daar een broodje haring en een broodje paling, en toen dacht ik natuurlijk aan dat boek. Veel te netjes, dat kraampje. Veel te klinisch. En dan dat stomme, zachte, witte broodje. En het plein zelf, vol met terrasjes en mensen aan de latte macchiato. Het was ineens een façade, een flinterdun laagje vernis op de ware aard van de mens, gehandhaafd door wetten die zich valselijk hebben gehuld in de mantel van moraliteit. Haal het weg en je ziet iets heel anders.

Op weg naar het station liep ik langs het kanaal toen ik aan de oppervlakte een vis zag drijven. Een grote vis. Hij dreef op zijn zij en was al aan het rotten. Het was alsof er iets was onthuld. Iets wat er altijd is, een diepe waarheid die je niet mag of wil zien.

De hele stad was nep, maar die dode vis was echt.


Mocht je willen kun je HIER een abonnement op deze stukjes afsluiten of een eenmalige donatie doen. Mijn laatste boek heet Wij zeggen hier niet halfbroer.