Ik moet er een stukje aan wijden, ik kan niet anders, al heb ik geen idee wat ik er precies over wil zeggen. Ik heb het over de prachtige documentaire Three Identical Strangers, die nu in sommige bioscopen draait. Over een geadopteerde jongeman, inmiddels in de vijftig, die op zijn negentiende per toeval ontdekt dat hij een tweelingbroer heeft, en die dan, als het nieuws over de verbazingwekkende hereniging met die broer in een krant is verschenen, een dérde identieke broer blijkt te hebben. Een drieling, van elkaar gescheiden na de geboorte zonder dat zij of hun adoptieouders daar iets van afwisten. Ze vonden elkaar en vónden elkaar. Vanaf dat moment waren ze de drie musketiers. In alles leken ze identiek te zijn. Iedere talkshow wilde hen hebben. Roken jullie echt hetzelfde merk sigaretten? Jazeker. Jullie hebben alledrie echt geworsteld? Jazeker. Jullie hebben echt dezelfde smaak in vrouwen? Met een drievoudige grijns: Jazeker. Hilariteit alom.

Maar dan wordt het verhaal donkerder. (Als je geen spoiler wilt moet je nu stoppen met lezen.) De ouders zijn boos, terecht natuurlijk, en ze eisen een verklaring. Ze krijgen een valse: ‘Niemand wil een drieling adopteren, daarom gaven we ze apart weg.’ Maar een journalist duikt er dieper in. De shock was groot. Ze bleken deel uit te maken van een psychiatrisch experiment. Zij en andere meerlingen werden opzettelijk van elkaar gescheiden – nogmaals: zonder dat zij of hun ouders dat wisten – en in verschillende milieus ondergebracht. De leider van het experiment zag het als de ultieme test: in hoeverre bepaalt genetica ons leven, en in hoeverre de opvoeding? Maar het onderzoek werd voortijds afgebroken en de resultaten zijn nooit openbaar gemaakt.

De drie broers begonnen samen een restaurant. Toen dat in het slop raakte keerde één van hen de andere twee de rug toe. Het einde van het restaurant, en de breuk, viel één van de overblijvers zo zwaar dat hij psychisch in de war raakte en zelfmoord pleegde. Hij bleek bipolair. Die aanleg hadden ze waarschijnlijk alledrie, maar alleen bij die ene kwam het in alle hevigheid tot bloei. En wat bleek? Alleen hij was opgegroeid bij strenge, vrij liefdeloze adoptieouders, met een militaristische vader die was gebrand op discipline en orde. En dat was totaal niet hoe hij was. Zijn hele jeugd voelde hij zich een vreemde, en ongewenst.

Tja, eigenlijk wisten we het allemaal al wel, toch? Genetica bepaalt veel, maar niet alles. Opvoeding en thuissituatie maken het verschil. Dat besef is zowel hoopvol als ontmoedigend, afhankelijk van het perspectief dat je hebt.

Na de film ging ik wat eten met T, de vriend met wie ik naar de bioscoop was geweest. Mijn therapie kwam ter sprake. Ik biechtte op: ‘Ik had nooit verwacht dat ik iemand zou worden die in paniek raakt als zijn therapeut op vakantie gaat.’ Hij lachte en noemde me Woody Allen. Maar ik kon alleen maar aan die ene broer denken.


Je gratis abonneren op deze stukjes kan HIER.