In de trein: twee Engelse mannen. In pak, tegenover elkaar, ongeveer zo oud als ik. Einde middag, ontspannen, waarschijnlijk klaar voor vandaag. Onderweg naar Amsterdam. Ik lees een boek (Milkman van Anna Burns) maar hoor ze met elkaar praten.

De ene man gaat binnenkort op reis. Niet zakelijk, maar privé. Waar hij naartoe gaat, vraagt de ander. Hij weet het nog niet precies. Japan, sowieso. Misschien de westkust van Amerika, San Francisco. Een stukje van Zuid-Amerika zien lijkt hem ook super. Wat hij van China vindt, wil de ander weten. Nee, daar hoeft hij niet heen. Hongkong is leuk. Ja, zegt de ander, maar dat is geen China. Inmiddels wel, is daarop het antwoord. O ja. Ze lachen.

Het Hollandse landschap trekt voorbij, de zon zakt weg achter de weilanden. De mannen turen uit het raam. Eén van hen gaapt. 

Ik denk aan al die vluchten. Het gemak waarmee het kan. De gewoonste zaak van de wereld. Japan, Zuid-Amerika, misschien San Francisco. Liever geen China, tenzij het Hongkong betreft.

Ik las laatst dat één verre vlucht wat betreft CO2-uitstoot het equivalent is van een leven lang in een Hummer rijden. Toch zullen deze mannen het niet laten, en u ook niet, en ik ook niet. Overal zijn vliegvelden, de vliegtuigen staan klaar, op het internet boek je de vluchten. Je hebt recht op de wereld. Je gaapt op een stoel in de gate. Ongeduldig sta je in de rij tijdens het boarden. Wil je vis, vlees of vegetarisch? Alsof het niet krankzinnig is dat je zit te eten op tien kilometer hoogte, met een snelheid van duizend kilometer per uur.

Waar ga jij heen? O, ik weet het nog niet, ik denk aan Bali. Daar ben ik ook geweest, ik vond het erg druk en Thailand is goedkoper. Ja, zo’n eilandje daar is lekker, maar Bangkok vind ik niks. Ben je wel eens in Indonesië geweest?

Ik lees in mijn boek. De mannen turen ontspannen uit het raam. Aan de lucht kun je niks zien. Ook de zon geeft niks prijs. Het gras is groen en de koeien staan te herkauwen. We leven in een droom.


Deze stukjes per mail ontvangen? Klik hier. Mijn laatste boeken heten Wij zeggen hier niet halfbroer en Berichten uit het tussenhuisje.