Het is duizelingwekkend hoe snel een nieuwe omgeving zich aan je kan opdringen als zijnde je totale werkelijkheid. Vanwege het schrijven van een kort verhaal in opdracht verblijf ik nu iets minder dan vierentwintig uur in een klein huisje – een tiny house, zo’n energie-neutraal huisje met een composttoilet – midden in Leidsche Rijn, Utrecht, en het voelt alsof ik hier al jaren, of misschien wel al heel mijn leven, gevangen zit. 

Leidsche Rijn is een nieuwe wijk bij Utrecht. Het complete winkelcentrum is in een paar jaar tijd uit de grond gestampt en moet ontworpen zijn door iemand zonder ziel. Het is zo burgerlijk en generiek dat het beklemmend is. Beklemmend en bedrukkend; ik heb echt het idee dat ik hier minder goed kan ademhalen. De Starbucks, de Hema, de Jumbo, de H&M. De geestdodende niksigheid van de appartementen. Het voelt alsof ik gevangen zit in een droom, een nachtmerrie over een wereld waarin alle mooie dingen helemaal niet blijken te bestaan, waarin ik schreeuw naar de mensen die hier wonen en winkelen: ‘Waar is alles? Waar zijn de mooie dingen?! Waarom is er alleen maar dit?!’, en dat ze me aankijken alsof ik gek ben, want wat zou er dan in godsnaam nog meer moeten zijn?

Een verhaal over de stad van de toekomst moet ik schrijven. Een dystopie, een utopie; in ieder geval iets om over na te denken. Het huisje staat op het Berlijnplein, wat – de naam zegt het al – een beetje aan Berlijn moet doen denken, en dan eigenlijk Oost-Berlijn. Het is de bedoeling dat het wat ruwheid en artisticiteit geeft aan de beleving van Leidsche Rijn. Zeg maar een creatieve enclave. Maar ik weet het niet. Een hip industrieel restaurant, een paar ateliers en dit kleine, koude huisje. Goed bedoeld, natuurlijk. Beter dan niets. De mensen die het bestieren zijn enthousiast en proberen er wat van te maken. En dit soort projecten, zoals het schrijven van een verhaal op lokatie, zijn in essentie leuk. In theorie.

Mijn hele leven ben ik hier al. Ik weet het zeker. De rest was een droom. Ik ben hier ontwaakt. Aan alle kanten duwt het grijs en het beton me terug op mijn plaats, waar ik zijn moet. Ik voel zelfs mijn eigen fantasie en creativiteit afnemen. Nog even en ik kan niet eens meer verzínnen hoe iets moois er überhaupt uit zou moeten zien.

Ik zag beelden van de rampen in Australië. Ik zag de verzengende vuurzee en dacht: ja, geef me vlammen! Ik zag de hagelstenen zo groot als tennisballen en dacht: ja, geef me hagel zo groot als tennisballen! Ik zag een razende zandstorm van driehonderd kilometer breed en dacht: ja, geef me een zandstorm! Midden op het plein ging ik daarna staan, met mijn armen opgeheven naar de lucht, smekend: vernietig deze wereld.   


Abonneer je HIER gratis op deze stukjes.