Zoals ieder jaar koerst er een giftig mengsel van paniek en wanhoop door mijn aderen wanneer mijn jongens en ik de straat oversteken naar De Vuurwerkwinkel, een blokvormig pand op een industrieterrein in Eindhoven. Er komen net twee kerels naar buiten gelopen, allebei met volle tassen vuurwerk in de hand. Ze stappen in een pick-up truck; voor hij instapt spuugt de bestuurder op straat, de ander laat een boer en gooit een lege kauwgomverpakking over zijn schouder.

Een komen en gaan van kerels en jongetjes, allemaal met een stompe blik in de ogen. Ogen waar je de bodem van kunt zien. Types die de asbak van hun auto op straat legen. Het is beangstigend om te zien met hoeveel ze zijn. Die wonen allemaal ergens, die hebben allemaal een bestaan. Dagenlang is het hier druk. Dagen achter elkaar worden de tassen volgepropt met vuurwerk.

Op dit soort plekken besef ik dat de wereld naar de tyfus gaat. Dat we geen kans hebben. Daarom de vrees, de wanhoop. Daarom, maar ook om de tijd die tikt, de jaren die elkaar niet lijken op te volgen maar op elkaar worden gestapeld, en ik eronder, spartelend. Het wachten op oudejaarsavond. De gedwongen verlamming, het bloed tot stilstand gekomen.

Mijn jongens willen Thundershots. ‘Want die zijn vanaf volgend jaar illegaal,’ zegt mijn oudste. Dus kopen we Thundershots. En veiligheidsbrillen, natuurijk, want ik ben een verantwoordelijke vader. Plastic veiligheidsbrillen, welteverstaan, die over een paar maanden waarschijnlijk op de oceaan drijven, aangevreten door een misselijke schildpad. 

Enfin, het is 2018. Of nou ja, morgen natuurlijk pas, maar het zal er ongetwijfeld van komen. 2018. We zijn er nog steeds. Hoe kan het? Hoe is het mogelijk? Met z’n allen. En steeds meer van ons, als verstikkend kroos in een stervende vijver.

Toch lukt het nog. Toch kocht ik gisteren Thundershots en reed ik naar huis in een warme auto, naar een verwarmd huis, en ging ik in bad, en dronk ik stiekem al een troostrijk bodempje van de vijftien jaar oude rum uit Puerto Rico, gekocht voor vanavond, en speelden mijn jongens en ik drie potjes pesten, Miles Davis uit de speakers, buiten af en toe een omineuze knal.

Gelukkig nieuwjaar, stelletje prachtige klootzakken. We zijn er nog. Het kan nog. Ik zou zeggen: doe er je voordeel mee. En heb elkander lief. 


Behoefte aan nóg meer luxe in 2018? Neem dan een abonnement op mijn stukjes. (Of betaal mee aan mijn rum met een eenmalige bijdrage.)