We blijken een tweede fietsenmaker in de buurt te hebben. Voorheen ging ik altijd naar de fietsenmaker hier om de hoek, een tengere man met een brilletje die werkt in een ruimte zonder ramen.

Ik bezocht die plek steevast met tegenzin. Ik voelde me al schuldig als ik nog maar de deur van de achteringang had geopend. Dat moet, door die achteringang, want ik kwam eens door de voordeur binnen, de deur van de winkel, en werd er toen op gewezen dat dit niet de bedoeling was; er werd naar een bordje gewezen; ik had het moeten zien; ik was toch niet blind. Die man gaf me het gevoel dat ik de zoveelste domme burger in een eindeloze stroom was. Die dag is het schuldgevoel begonnen, denk ik.

Iedere keer dat ik er sindsdien naartoe ga zorg ik ervoor dat ik alles goed doe, dat ik een afspraak heb gemaakt en arriveer op het afgesproken tijdstip, en dan denk ik: nu heb ik niks fout gedaan, nu valt me niks kwalijk te nemen; ik kan hier met opgeheven hoofd naar binnen.

Maar iedere keer weet hij me toch weer een schuldgevoel te geven. Als ik binnenkom slaakt hij al een zucht, dus ik heb dan al íéts verkeerd gedaan. Mijn entree was verkeerd. Ik vermoed dat hij neerkijkt op al zijn klanten omdat ze te lui zijn, of te dom, om hun eigen fiets te kunnen repareren. Dat hij van die lui- en domheid afhankelijk is voor zijn inkomen lijkt hij bepaald geen verzachtende omstandigheid te vinden. Het is bijna alsof hij het belachelijk vindt dat je hém vraagt om je fiets te repareren. Alsof hij niets beters te doen heeft, zo kijkt hij erbij.

En naar iedere fiets die ik hem ooit heb gebracht keek hij alsof het de slechtste fiets was die ooit werd gefabriceerd. Hij leverde er commentaar op en gebruikte dan frases als ‘Ja dat krijg je met zo’n tandwiel’ of ‘Het valt me nog mee dat die standaard er niet al veel eerder vanaf is gedonderd’. Waarop ik dus de neiging heb om sorry te zeggen.

Hoe dit allemaal zo gekomen is, dat weet ik niet. Misschien heeft hij de zaak overgenomen van zijn vader en wilde hij eigenlijk operazanger worden. Ik denk dat hij steevast naar The Voice of Holland kijkt en dan iedere kandidaat afzeikt omdat die het lef hebben om te proberen wat hij nooit gedaan heeft. En ook daarover, gek genoeg, voel ík me schuldig.

De nieuwe fietsenmaker is gezellige en opgewekte man. Fietsen repareren lijkt zijn hobby te zijn. Mensen brengen hun fiets naar hem toe – zonder afspraak – en blijven hangen voor een praatje. Gisteren was ik er voor het eerst. Hij bood me koffie aan. ‘Bekske koffie?’

Maar dát vond ik dan weer wat ver gaan. Zo gezellig en sociaal ben ik nou ook weer niet. Ik denk, eerlijk gezegd, dat ik het midden houd tussen hem en die andere fietsenmaker.


Abonneer je HIER op deze gratis stukjes.