In mijn achtertuin, op het hoogste punt van een plant, zat op een blaadje een witte spin. Hij had een vlieg te pakken die even groot was als hij. Niet in een web, maar tussen zijn voorpoten en kaken. Hij had geen web. De volgende dag zat hij er nog steeds, nu zonder vlieg. De dag erna nog steeds. Hij zat er te wachten op nieuwe prooien. Tot aan de ‘storm’ van eergisteren heeft hij er gezeten. Nu is hij weg. Ik had nog nooit zo’n volledig witte spin gezien.

‘Getver,’ reageerden sommige mensen toen ik een foto van de spin op Instagram plaatste. Maar ik vond de spin juist hartstikke mooi en was blij met hem. En een beetje sip toen hij weg was. (Waar is hij nu?)

Uiteraard begrijp ik de reactie. Een spin is voor veel mensen eng. En deze was dan ook nog eens helemaal wit, zoals het witte paard van de vier paardrijders van de Apocalyps, het paard van de dood.

Zo begrijp ik ook goed waarom sommige mensen Kwaad bloed niet willen lezen, of niet hebben uitgelezen. Een trouwe lezer van mijn stukjes mailde me erover: ‘Het spijt me, ik hou van je stukjes, maar dit was niks voor mij.’ Dat snapte ik. Als je mijn stukjes en boeken met memoires bent gewend is het schrikken om een scène te lezen waarin een man wordt gedwongen om in het afgehakte hoofd van een pony te masturberen.

Niet alleen begrijp ik deze reactie; hij doet me ook goed. Het bewijst dat ik nog steeds óók een schrijver van fictie ben. Dat ik alle kanten op kan. Na twee boeken met memoires is dat een fijne en nodige gewaarwording; bijna een soort medicijn tegen de ziekte van navelstaarderij, of in ieder geval een gezond tegengewicht, zodat er weer een beetje balans is.

Nog een reden dat de reactie me goed deed is het bewerkstelligde effect van mijn beschreven narigheid. Het geweld in Kwaad bloed is geen gratuit geweld; het is functioneel geweld. Zoals ik ook in het radio-interview bij Opium vertelde: ik wilde niet shockeren om het shockeren. De haat van de gijzelnemer, en zijn handelen naar die haat, moet bij de lezer een gevoel van ongeloof en schrik teweeg brengen. Het is namelijk diezelfde onbevattelijke haat die—om maar een voorbeeld te noemen—Brenton Tarrant ertoe bracht om in het Nieuw-Zeelandse plaatsje Christchurch in twee moskeeën het vuur op onschuldige mensen te openen.

Bovendien hoort de gruwelijkheid evengoed bij het leven als de schoonheid. En ik schrijf nu eenmaal over het leven. Zo’n witte spin, die het levenssap uit een vlieg zuigt, die hoort er ook bij. En nu kun je zeggen: ‘Maar die spin, die handelt niet uit haat.’ Dat is zo. Hij handelt uit honger. Zijn moord op de vlieg is een reflex. Maar uiteindelijk is de moord op mensen dat ook. Want ook haat komt ergens vandaan, borrelt ergens op. Het heeft een oorsprong en is het gevolg van iets anders, en dat heeft ook weer een reden. Het is een lijn van oorzaak en gevolg die te herleiden is tot aan de oerknal. In die zin bestaat er niks wat er niet bijhoort. En dus niks waarover ik niet schrijven wil, en zal.

Wat ik eigenlijk maar zeggen wil: je hoeft Kwaad bloed niet te lezen, als je het maar kóópt. 

 


Heel leuk als je je op deze stukjes wilt abonneren. Het is gratuit. Ik bedoel gratis