Mijn trein had achter een goederentrein gereden, dus gisterenmiddag kwam ik te laat binnen. In een zaal in Rotterdam zat een groep van zo’n vijftig mensen – bezig met duurzaamheid en ondernemerschap – te wachten op mijn workshop. Ze wilden graag beter worden in het vertellen van hun verhaal. Met een espresso in mijn hand werd ik voor de groep geduwd.

Ik doe dat vaker. Wat ‘dat’ is weet ik zelf ook niet precies. Ik vertel over wat ik doe. Over mijn stukjes, mijn boeken, hoe ik anekdotes en observaties gebruik om tot een tekst te komen die… Nou ja, een tekst die meer is dan de som der delen, zo zou je het kunnen zeggen. Ik draag wat eigen werk voor, ik geef een opdracht, ik probeer die mensen los te weken van hun steriele bedrijfsjargon. 

Dat ik daarbij het woord ‘bewustzijn’ gebruik is onvermijdelijk. Want daar bevindt zich mijn materiaal. (Daar bevindt zich wellicht onze gehele werkelijkheid.) Ik leg uit dat ik niet let op wat er om me heen gebeurt, maar op mijn gevoel daarbij. Wat voel ik en waarom? Welke associatie roept het op? Wat maakt het tot een stukje, tot een verhaal? Wanneer is iets goed genoeg? 

Meer over die workshop ga ik hier niet vertellen; er is dan voor jullie geen noodzaak meer om me te boeken. Ik moet geld verdienen.

Of ik altijd door die bril kijk, wilde iemand weten. Of ik die stukjesknop ook uit kan zetten. Met een bedeesd lachje schudde ik mijn hoofd: nee. ‘En dat is jammer,’ zei ik. ‘Want ik heb eigenlijk nooit een directe ervaring; ik kijk tegelijkertijd over mijn eigen schouder mee, alsof er achter me een grote, zwijgende camera staat, maar die camera ben ik ook.’

Toen ik het gebouw uitliep voelde ik me, zoals altijd na dit soort dingen, een fraudeur. Hoe meer ik mijn best heb gedaan om uit te leggen hoe schrijven werkt, of hoe ik werk, hoe meer ik er naderhand van overtuigd ben dat ik zelf eigenlijk ook geen idee heb. Het applaus galmde nog na in mijn hoofd, zelfs in mijn lijf; een heerlijke stoot bevestiging die, als hij eenmaal is weggeëbd, knagende leegte en vermoeidheid achterlaat.

De trein terug naar Eindhoven, een lichtslang door de duisternis. Pas halfzes, maar nu al donker. Ik belde met mijn oudste. Hij klonk sip. Hij zou vuurwerk gaan kopen en afsteken met een vriendje uit de buurt, maar hij had het vuurwerk (van de Aldi) niet meegekregen, en daarna was dat vriendje met een andere jongen naar de film gegaan. In gedachten zag ik hem zitten, alleen in mijn huiskamer waar hij, wist ik, nog geen enkel lampje had aangedaan. Xbox-controller op schoot, afgewezen, neerslachtig. Ik voelde mijn hart opzwellen. Het laatste wat ik wilde was er een stukje over schrijven.


Kijk eens HIER als je wilt.