Ik logeer in de yogakamer van mijn ex-vrouw, althans op de dagen dat ik de zorg draag voor onze zoons. Zij is op die dagen bij haar vriend. Mijn huis wordt verbouwd, vandaar. De benedenverdieping wordt verbouwd. En uitgebouwd, want ik krijg een grotere keuken. Daar zie ik naar uit: een keuken die zich leent voor gezelligheid, een grote tafel om aan te lezen, onder een dakraam, al noemen de bouwvakker het een lichtstraat.

Uiteraard ben ik ook weer eens ergens ingetrapt. Een oude werkbank als keukeneiland! dacht ik. Dat is bijzonder! Maar ik had beter moeten weten: altijd als ik iets bijzonder vind dan is de trend allang aangezwollen, of zelfs alweer ruimschoots over de piek heen. Ik had beter moeten weten dan wéér op een Instagram-advertentie te klikken.

Ik kreeg een mooie fles bier van ze. Van de bouwvakkers. Een speciale editie van Gouden Carolus, 0,75L. Voor mijn verjaardag alvast, aanstaande zondag. Nu kan ik niet anders dan die mannen trakteren op heel lekker gebak. Misschien was dat hun plan; misschien hebben ze dit zo uitgekiend en lag die fles al jaren ergens stof te vergaren. Dat komt zo’n Belgisch bier overigens alleen maar ten goede, jaren lang stof verzamelen, dus wat dat betreft hoor je me niet klagen. Wat zeg ik? Je hoort me überhaupt niet klagen.

Maar zoals ik al zei logeer ik dus in de yogakamer van m’n ex. Iedere avond leg ik er een matras neer en iedere ochtend ruim ik die weer op. Het ruikt er naar wierook. Het is een fijne plek. Ze heeft me er al een yogales gegeven, en soms zet ik er de laptop neer; dan kijk ik zelf een yogales op YouTube. Uiteraard doe ik een paar push-ups tussendoor, want anders vóél ik de testosteron gewoon uit me wegstromen. (De testosteron? Of het testosteron?)

Gisteren zei ik nog tegen mijn jongste zoon: jij bent pas tien, jij hebt nog geen testosteron, daarom kun je jezelf nog niet optrekken (noch aftrekken, zei ik er in mijn hoofd achteraan). Hij wil zich kunnen optrekken, zoals mijn oudste, die dertien is en inmiddels bijna even groot als ik. Als hij nu stopt met groeien betaal ik op zijn achttiende zijn rijbewijs.

Sorry, ik dwaal steeds af. Het ging me erom dat ik in de yogakamer van mijn ex logeer. En dus in haar huis woon, terwijl ondertussen het huis waar we twaalf jaar lang samenwoonden met drilboren en betonzagen wordt toegetakeld. Hier, in deze woning, hoor ik niet thuis. Het went wel, maar het klopt niet. Mijn ex heeft hier juist haar leven zónder mij opgebouwd, en zie: hier ben ik weer.

Maar het gaat best hoor. Wat ik al zei: het went. Alleen krijg ik steeds op m’n donder van onze jongens: dit moet daar niet staan, dat moet daar wel staan, deze deur doen we nooit dicht, dat licht blijft altijd aan, hier zit ik altijd. Wel geniet ik van het tosti-apparaat en de vaatwasser. Beide apparaten heb ik niet. Ze heeft zelfs een airfryer.

Maar ik heb straks een oude werkbank. Dat kan zij dan weer niet zeggen.

 


Je kunt je op deze stukjes gratis abonneren, en wel HIER.