Ik heb de neiging om de boeken die ik schreef voor Bidden en vallen en Wij zeggen hier niet halfbroer een beetje te verzwijgen. De vier romans en het geïllustreerde kinderboek uit die periode vind ik te rommelig. Ik schreef ze te gehaast en ook werden ze te gehaast uitgegeven. Ze worden ook niet meer bijgedrukt. Ik verhuisde naar een andere uitgever en trok als het ware een dikke streep. 

Wat weinig mensen weten is dat ik daarvóór ook nog een boek schreef. Het werd uitgegeven door Uitgeverij Holland toen ik 27 was en het heette Zwarth, het donker ontwaakt. Een spannend kinderboek over Joris, een jongetje met een zeldzame bloedziekte. Hij raakte steeds in coma, en in die coma bevond hij zich in een andere, magische wereld: Zwarth. Gek genoeg was zijn hond daar ook, alleen was die drie keer zo groot. De hond had ik gebaseerd op onze eigen hond, onze bullmastiff Cuba. De strijd die Joris leverde in Zwarth, tegen de slechterik Noctulus, was de strijd tegen zijn ziekte. Van het boek werden een paar honderd exemplaren verkocht en toen was het klaar.

Ik schrijf hierover omdat mijn oudste het boek nu leest in de klas. Ik weet niet hoe dat kan; ik heb het zelf in ieder geval niet geïnitieerd. Vanochtend aan het ontbijt vertelde hij me dingen die ikzelf alweer was vergeten. ‘Hoe lang blijft Joris in Zwarth?’ wilde hij weten. ‘Want ik vind die andere wereld leuker.’ Daarmee bedoelde hij de gewone wereld, waarin Joris – uiteraard – werd gepest en te maken had met allerlei andere wereldlijke problemen. Kortom: graag minder magie en meer realiteit. (Hij is ook gek op die Leven van een loser boeken.)

Terwijl hij zo de plus- en minpunten van mijn boek opsomde dacht ik terug aan die tijd. Ik werkte in een restaurant en schreef op vrije dagen. Ik googelde uitgeverijen en stuurde ze allemaal een manuscript. Uitgeverij Holland was de enige die het wilde hebben, maar dat was voor mij genoeg: in mijn buik ontplofte een confettibom van hoop en verwachting. Het werd uitgegeven in 2007, het jaar waarin ook mijn oudste zoon werd geboren, die het dus nu leest. Ik weet niet meer of hij er al was toen het boek uitkwam. Hadden mijn ex en ik op de presentatie een baby bij ons? Ik vergeet te veel. Ik veeg dingen onder het tapijt. Ik denk wel eens dat herinneringen me te melancholiek stemmen, dat ik er niet tegen bestand ben, en dat ik ze daarom verdring. Het openslaan van een fotoalbum voelt als het openmaken van een doodskist met daarin mijn gestorven geliefde. 

Ook dit boek had ik weggestopt, tot mijn zoon erover begon. Eerst, toen hij erover sprak, voelde ik weerstand, maar daarna luisterde ik aandachtig. ‘En toen?’ vroeg ik steeds. ‘En wat gebeurde er toen?’ Omdat ik het echt niet meer wist, en inmiddels toch wel benieuwd was.


Een eenmalige bijdrage doen of interesse in een abonnement met extra’s? Dat zou ik leuk vinden. Klik hier