Je weet nooit welke beelden blijven hangen. Zoals altijd las ik de zaterdagkrant verspreid over de hele week. Nu ik hem uit heb, vlak voor morgen de nieuwe wordt bezorgd, komt er een duidelijke winnaar bovendrijven: het beeld dat blijft hangen is van de dode man in het zwembad.

Ik zeg beeld, en dat is het ook, maar dan wel een beeld dat zich in mijn hoofd heeft gevormd na het lezen van een tekst. Er is geen sprake van een foto, bedoel ik.

Het desbetreffende artikel ging over—verrassing!—corona, en hoe we daar als maatschappij mee omgaan. De strekking was dat we niet meer gewend zijn aan tegenslag, rampspoed, de dood. Daardoor is iedere dode een abominatie, iets wat ergens tegenin druist, wat eigenlijk niet zou mogen. Al voor corona werd dit, geloof ik, de ‘risicosamenleving’ genoemd: een samenleving die ernaar streeft alle risico’s uit te bannen en verontwaardigd is wanneer dat weer eens onmogelijk blijkt te zijn.

Er werd in dit stuk nog een ander artikel aangehaald—ik geloof dat van een collega-redacteur—over een gemengd huwelijk waarin de (oorspronkelijk) Marokkaanse echtgenoot van deze redacteur heel anders met de huidige crisis omging dan zij. Hij was opgegroeid met tegenslagen, armoe, rampspoed, etc. Waarschijnlijk was in zijn geboortestreek ook de dood wat minder klinisch en werd die niet zo weggestopt. Hij onderging deze periode met berusting en acceptatie, terwijl zij meer in de kramp van verontwaardiging (dit moet niet kunnen) en ongeloof schoot.

Even tussendoor: ik heb beide artikelen hier niet bij de hand. Ik zeg dus maar wat.

Vervolgens voerde de schrijver van het stuk ter illustratie (en geïllustreerd werd het in mijn hoofd) een recent voorval op. In het zwembad in zijn woonplaats was een oude man overleden aan een hartstilstand. De badmeester ter plaatse had laconiek gereageerd en gezegd: ‘Oude mensen moeten nu eenmaal ergens aan doodgaan.’ De omstanders hadden dat als schokkend en harteloos ervaren. Er had zich een ramp voltrokken en dít was zijn reactie?

Maar ik vond het juist mooi, die reactie. Een gelaten houding hoeft geen desinteresse te zijn, geen bagatellisering van een mensenleven; het is slechts de reactie van iemand die er niet stellig van is overtuigd dat de dood geen bestaansrecht heeft. Verontwaardiging, in dezen, staat gelijk aan ontkenning.

Maar goed, nu heb ik dus dat beeld in mijn hoofd: zo’n warm zwembad, het artificiële blauw van het water, de chloorwalm en de blote lijven. De oude man op de witte tegels, dood, zijn mond een stukje open, zijn vingers nog gerimpeld en week van het water. De badmeester in zijn polo-shirtje en het fluitje bungelend aan zijn nek. Dan een brancard en de afscheidstocht naar de uitgang. Maar in mijn beeld is inmiddels niemand meer verontwaardigd of geschokt. Wanneer de brancard de zwemgasten passeert geven ze de dode man een erkentelijk hoofdknikje. Er wordt sereen gezwegen. Het was goed dat je er was, zeggen ze in gedachten. En tot ziens.

 


In godsnaam, doe jezelf een lol en neem een gratis abonnement op mijn stukjes.